De vergunningen voor de bouw van een biomassacentrale in Diemen zijn terecht afgegeven door de provincie Noord-Holland. Gedeputeerde Staten hebben volgens de rechtbank in Haarlem juist gehandeld bij het verlenen van de omgevings- en natuurvergunning, omdat de biomassacentrale aan de gestelde eisen voldoet.

De zaak was aangespannen door onder meer Mobilisation for the Environment (MOB) en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten Nederland. Ze zijn tegen de komst van de biomassacentrale van energieleverancier Vattenfall, omdat ze vrezen voor de gevolgen ervan voor het milieu en de leefomgeving.

In tegenstelling tot de milieuorganisaties beschouwt de rechtbank de biomassacentrale niet als afvalverbrandingsinstallatie. Volgens het vonnis zijn de houtpallets die als brandstof dienen niet aangemerkt als afvalstof. Het gaat om schoon hout dat niet chemisch is behandeld. "Een milieueffectenrapportage was daarom niet nodig."

De rechtbank meent verder dat de biomassacentrale niet voor een hogere uitstoot van schadelijke stoffen zal zorgen dan wettelijk is toegestaan. De milieuorganisaties vrezen hiervoor. "Omdat geen sprake is van hogere uitstoot van schadelijke stoffen zoals stikstof en fijnstof, volgt de rechtbank eisers niet in hun stelling dat de komst van de biomassacentrale zulke risico's voor de volksgezondheid met zich meebrengt dat het woon- en leefklimaat onaanvaardbaar verslechtert", luidt het oordeel.

De gemeente Diemen is niet blij met het oordeel. "Voor onze gemeente en de inwoners is het duidelijk: wij willen geen biomassacentrale in Diemen en Vattenfall is inmiddels bezig met serieuze alternatieven", aldus het college van burgemeester en wethouders in een verklaring. "De rechter bevestigt dat het geen juridische discussie is over de vergunningverlening, maar een politiek-bestuurlijke discussie op landelijk niveau over inzet van houtige biomassa in de energietransitie."