De landen in de G7, een club van zeven rijke geïndustrialiseerde landen, hebben zaterdag een akkoord bereikt over een internationaal belastingplan dat een wereldwijd minimumtarief van 15 procent op bedrijfswinsten omvat. Dat moet belastingontwijking wereldwijd ontmoedigen.

De overeenkomst maakt een einde aan de trans-Atlantische spanningen die jarenlang de onderhandelingen tussen zo'n 140 landen, over het bijwerken van eeuwenoude belastingregels, ondermijnden. Het akkoord effent ook de weg voor een breder akkoord van de G20-landen volgende maand.

Later zouden dan besprekingen met ongeveer 135 landen moeten plaatsvinden over het belastingplan onder de hoede van de Organisatie voor Economische Samenwerking & Ontwikkeling (OESO). Dat zou kunnen leiden tot de grootste verandering in de internationale vennootschapsbelasting in een eeuw.

Het plan zou onder andere grote Amerikaanse techbedrijven als Apple, Facebook, Google en Amazon dwingen om belastingen te betalen in landen waar ook de omzetten worden behaald. Nu betalen ze alleen belastingen in landen waar ze gevestigd zijn, iets wat belastingontwijking makkelijker maakt.

Verder moet het minimumtarief een eind maken aan een zogeheten 'race to the bottom', waarbij landen elkaar kunnen beconcurreren met nog lagere belastingtarieven om bedrijven over de grens te trekken.

Het akkoord werd zaterdag in Londen ondertekend door de ministers van Financiën van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, Canada, Duitsland, Frankrijk, Italië en Japan, oftewel: de ministers van de G7-landen.