De Staat mag voorwaarden verbinden aan het openen van de sportscholen. Dat heeft de rechtbank in Den Haag vrijdag bepaald in twee kort gedingen die zijn aangespannen door de stichting Fitness Is Medicijn en een club van zestig sportscholen.

De sportscholen, die zich in twee verschillende clubs hebben verenigd, wilden dat er op de basiscoronaregels na geen beperkingen meer zouden gelden voor hen. Daar gaat de rechter dus niet in mee. De zestig scholen wilden bovendien een schadevergoeding, maar ook daar krijgen ze nul op het rekest.

Wel moeten ze de kosten van de twee gedingen aan de Staat betalen, die samen uitkomen op 1.683 euro per rechtszaak.

In Nederland zijn de sportscholen sinds woensdag 19 mei weer onder voorwaarden open. In binnensportlocaties mogen maximaal dertig mensen aanwezig zijn en moet iedereen 1,5 meter afstand houden. Buiten geldt ook het maximumaantal van dertig mensen voor sporten in groepen. Vanaf zaterdag 5 juni worden die regels al iets versoepeld.

Stichting Fitness Is Medicijn noemde het onverantwoord om fitnesscentra niet volledig te laten heropenen. Volgens de stichting is sporten een primaire levensbehoefte die belangrijk is om een betere weerstand op te bouwen in coronatijd.

Hans Vos, die namens sportschool PurePowerGym het voortouw nam bij het kort geding namens de zestig sportscholen, laat weten niet in beroep te gaan tegen de uitspraak. "Het lijkt er niet op dat wij weer moeten sluiten, mochten de coronabesmettingen weer toenemen", zegt hij. "De verwachting is dat het door de oplopende vaccinatiegraad niet meer zo extreem wordt."