De coronasteun vanuit het kabinet is grotendeels beland bij bedrijven waarvan de omzetdalingen niet per se te wijten waren aan de pandemie, becijferden ambtenaren van het ministerie van Financiën. Dat schrijven ze in het vakblad Economisch Statistische Berichten.

De onderzoekers berekenden welke bedrijven in normale tijden ook minstens 20 procent van hun omzet zouden hebben verloren, wat de grens was om in aanmerking te komen voor coronasteun. Volgens hun berekeningen is in 20 van de 29 sectoren meer dan de helft van de ernstige omzetverliezen vermoedelijk niet te wijten aan de coronacrisis.

Ze benadrukken wel dat het een indicatieve schatting is, "want we zullen nooit weten hoeveel ondernemers getroffen zouden zijn door een ernstig omzetverlies als de pandemie niet had plaatsgevonden". Hun voornaamste doel is om de verschillen tussen sectoren zichtbaar te maken.

Het goede nieuws voor het demissionaire kabinet is wel dat in de zwaarst getroffen sectoren, waaronder de horeca en de reissector, 80 procent van het omzetverlies te wijten is aan de pandemie, schrijven de ambtenaren.

Dat er zo veel coronasteun is gevloeid naar bedrijven die anders ook kopje onder zouden zijn gegaan, verklaart volgens de onderzoekers waarom een faillissementsgolf uitblijft. Het aantal faillissementen staat in Nederland al een jaar op een historisch laag niveau.

Nu is de vraag hoeveel bedrijven hun coronasteun uiteindelijk deels of volledig zullen moeten terugbetalen. Demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën) riep bedrijven die het uiteindelijk beter deden dan een jaar geleden er al toe op het voorbeeld van beddenmaker Auping te volgen en hun steun terug te storten.