ING voorspelt dinsdag in een rapport steeds legere winkelstraten en steeds drukkere digitale winkelstraten. Aan het einde van 2021 zou het aantal fysieke winkels zo sterk gedaald zijn dat er voor het eerst meer webshops zijn, voorspelt sectoreconoom Henk van den Brink van de bank.

De tendens dat fysieke winkels verdwijnen en vervangen worden door een webshop is al langer bezig. Tussen 2010 en 2021 verdwenen er veertienduizend winkels, oftewel één op de zes. De coronacrisis heeft die beweging echter nog meer versterkt, zegt ING. Omdat alle niet-essentiële winkels noodgedwongen bijna een jaar gesloten bleven, hebben veel winkeliers hun investeringen in e-commerce versneld doorgevoerd.

Het aantal webwinkels steeg in 2020 met 28 procent en het aantal fysieke mode-, elektronica- en speelgoedwinkels ging er met 1 procent op achteruit. Als dit jaar opnieuw 1 procent van de non-foodwinkels de deuren sluit en de groei van webwinkels normaliseert naar 10 procent, zijn er tegen het einde van dit jaar 70.000 webwinkels en 65.500 fysieke non-foodwinkels in Nederland, zegt ING.

Ook de consument heeft zijn koopgedrag in het afgelopen jaar aangepast; hij is nu veel meer overgeschakeld op online shoppen. Tot in mei van dit jaar groeiden de online aankopen tot 80 procent ten opzichte van 2020, blijkt uit een analyse van pindata van ING en iDEAL. ING gaat ervan uit dat die groei voor heel 2021 25 procent zal bedragen.

Supermarkten en andere voedingswinkels zullen het komende jaar niet meer de recordomzetten van het afgelopen jaar draaien, voorspelt de bank. Naarmate de horeca verder opengaat, zullen weer meer mensen uit eten gaan. Dat leidt voor heel 2021 tot 0,5 procent minder omzet voor supermarkten en 1 procent minder voor speciaalzaken, staat in het rapport. De hele retail zal het komende jaar 1,5 procent meer omzetten dan in 2020, klinkt het.