Vakbonden FNV, CNV en De Unie willen dat het cao-akkoord voor uitzendwerk dat werkgevers hebben gesloten met de alternatieve vakbond Landelijke Belangen Vereniging (LBV) nietig wordt verklaard. Vorige week staakten de drie grote vakbonden uit onvrede de onderhandelingen met de uitzendbureaus.

Niet lang daarna sloot de uitzendsector een cao-overeenkomst met LBV. FNV, CNV en De Unie eisen dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de overeenkomst tussen die bond en de uitzendbureaus terugdraait, schrijven ze in een brief aan demissionair minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken.

De bonden betichten LBV ervan niet onafhankelijk te zijn, omdat de vakbond zich niet kritisch genoeg zou opstellen richting werkgevers.

LBV bereikte deze week een akkoord over de verlenging van de bestaande cao voor uitzendwerk, zonder wijzigingen, tot 1 oktober. De huidige cao loopt dinsdag 1 juni af, dus zou volgens LBV een overeenkomst over de verlenging noodzakelijk zijn. Het is overigens geen zeldzaamheid dat cao's verlopen zonder dat er al een nieuw akkoord is gesloten. De oude afspraken blijven dan gelden.

De drie vakbonden die nu protest aantekenen, stopten onlangs hun onderhandelingen over een nieuwe cao voor de naar schatting ruim één miljoen mensen die in Nederland uitzendwerk doen. Werkgevers deden volgens hen te weinig om de arbeidsvoorwaarden gelijk te trekken met die van vast personeel. Ze eisten onder meer loondoorbetaling voor uitzendwerkers als er tijdelijk geen werk voor ze is.