Ongeveer een op de vijftig werknemers is vorig jaar thuisgebleven na een besmetting met het coronavirus. Vooral in de zorg kwamen om deze reden relatief veel mensen niet naar het werk (bijna 4 procent). Ook in het onderwijs en de handel kwam dit relatief vaak voor, in onder meer de landbouw en bij financiële instellingen juist weinig. Dat blijkt vrijdag uit CBS-cijfers. Het totale ziekteverzuim was vorig jaar het hoogst sinds 2003.

Ruim 2 procent van de werkenden bleef vorig jaar minimaal één keer thuis omdat ze klachten hadden waarvan is vastgesteld dat deze zijn veroorzaakt door een coronabesmetting.

Daarmee is COVID-19 zeker niet de belangrijkste reden voor ziekteverzuim in 2020. Bovenaan staan griep en verkoudheid, wat voor 30 procent van de werkenden een reden was om zich ziek te melden. Deze aandoeningen kunnen duiden op een coronabesmetting, maar in hoeveel gevallen dit ook daadwerkelijk zo was, is niet duidelijk.

Daarnaast kwamen rugklachten, psychische problemen of klachten aan buik-, maag- of darm veel voor. Bijna een kwart van de werkenden (24 procent) zegt dat ze zich het hele jaar niet ziek hebben gemeld.

Eerder bleek al dat het ziekteverzuim in 2020 hoger was dan het in jaren is geweest. Met name in het vierde kwartaal liep het verzuim op, naar 4,9 procent. Dit betekent dat van elke duizend werkdagen er 49 verloren gingen door verzuim. Het was het hoogste percentage sinds 2002. Ook in de rest van het jaar was het ziekteverzuim bovengemiddeld hoog. Het was het hoogst in de zorg, met name in verpleeg- en verzorgingshuizen.

Grootste ziekteverzuim in zeventien jaar

Bron: CBS© Localfocus