De vergroening op de woningmarkt is ingezet, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Tot die conclusie komt woningmarktexpert Calcasa in een nieuw rapport. Daaruit blijkt dat vier op de tien woningen nog geen vastgesteld energielabel hebben, maar het tempo loopt wel op.

Een energielabel is sinds 2015 verplicht bij de verkoop, verhuur of oplevering van een woning. Maar omdat dat voor 2015 nog niet verplicht was, hebben een hoop woningen nog geen vastgesteld energielabel. Zo'n label is tien jaar geldig.

Van de 7,7 miljoen Nederlandse woningen hebben slechts 4,6 miljoen een vastgesteld label, blijkt uit data van Calcasa. Dat is ongeveer 60 procent van de totale woningmarkt. Van vier op de tien woningen is de energiestatus dus nog niet bekend.

Wel neemt het aantal woningen met een energielabel steeds sneller toe. De provincie Flevoland doet het het best. Daar heeft 68 procent van de woningen een energielabel van klasse A of B. Drenthe komt met 48 procent op de tweede plaats.

Op stedelijk niveau scoort Almere het best. 49 procent van de woningen heeft daar een energielabel en 58 procent daarvan is klasse A. Rotterdam scoort het slechtst met 20 procent A-labels, al heeft daar wel 53 procent van de huizen een label. In totaal heeft 30 procent van de Nederlandse huizen een A-label.

Hoewel de prijzen van huizen in ons land onafgebroken blijven stijgen, lijkt duurzaamheid daar weinig invloed op te hebben. Uit een onderzoek van Calcasa uit 2018 bleek dat vergelijkbare woningen met een beter energielabel 2 procent duurder waren, intussen is het verschil opgelopen tot 4 procent. Dat is volgens het databureau gemiddeld 14.000 euro meer.