De prijzen van bestaande koopwoningen stijgen steeds sneller. In april waren de prijzen 11,5 procent hoger dan dezelfde maand vorig jaar, terwijl de prijzen in maart, februari en januari respectievelijk 11,3, 10,4 en 9,3 procent hoger waren dan een jaar eerder. Dat blijkt vrijdag uit cijfers van het CBS en het Kadaster. De stijging van 11,5 procent in april was de grootste sinds mei 2001.

De prijzen van koopwoningen zitten al jaren in de lift. Zelfs de uitbraak van de COVID-19-pandemie kon die trend niet stoppen. In juni 2013 bereikten de prijzen van koopwoningen een dieptepunt en sindsdien is sprake van een continue stijging. In vergelijking met het dieptepunt van bijna acht jaar geleden waren de prijzen vorige maand gemiddeld 63,5 procent hoger.

Ook het aantal woningtransacties (18.954) was vorige maand hoger dan in dezelfde periode vorig jaar, al gaat het hier slechts om een kleine plus van 0,5 procent.

Gemeten over de eerste vier maanden van dit jaar zijn er wel fors meer woningen van eigenaar veranderd: 21,5 procent meer dan in de eerste vier maanden van 2020. Dit kwam onder meer doordat de regels voor de overdrachtsbelasting per 1 januari 2021 zijn gewijzigd, waardoor veel kopers hebben gewacht tot na de jaarwisseling om hun slag te slaan.

Waarom de huizenprijzen ondanks de coronacrisis blijven stijgen
113
Waarom de huizenprijzen ondanks de coronacrisis blijven stijgen