De Nederlandse overheid stapt naar een Duitse rechter om te controleren of de arbitragezaken die de twee Duitse energiebedrijven RWE en Uniper hebben aangespannen, rechtsgeldig zijn. Daarmee probeert ze de kostbare procedures te voorkomen, meldt demissionair minister Bas van 't Wout (Klimaat).

Zowel Uniper als RWE vraagt een schadevergoeding van de Nederlandse overheid, omdat die de bedrijven oplegde hun kolencentrales tegen 2030 te sluiten. Dat is eerder dan gepland en dus verliezen de bedrijven daar geld mee dat ze al investeerden voor de langere termijn, is de redenering. RWE vraagt 1,4 miljard euro, terwijl Uniper nog geen bedrag bekendmaakte.

Beide bedrijven begonnen een arbitrageprocedure tegen de Nederlandse overheid bij een Duitse rechtbank. Het kabinet wil nu echter eerst bekijken of de zaken wel een rechterlijke basis hebben en stapt daarom ook naar de Duitse rechter. In Duitsland is het namelijk mogelijk om een rechter voorafgaand aan een arbitrageprocedure te vragen of de rechtsbasis geldig is.

"De behandeling van een arbitragezaak neemt vaak veel tijd in beslag en is een kostbare procedure. Daarom wil ik graag voorafgaand aan de procedure een rechter vragen of de rechtsbasis wel geldig is. Daarmee kunnen we de procedures mogelijk voorkomen en hebben we de belastingbetaler een hoop geld bespaard", zegt Van 't Wout.

Hij voegt daaraan toe dat het ministerie van mening is dat de wet die het gebruik van kolen bij elektriciteitsproductie verbiedt, "zorgvuldig tot stand is gekomen en het resultaat is van gedegen democratische besluitvorming, waarbij alle belangen zijn afgewogen".