Een deel van de ondernemers die vanwege de coronacrisis belastinguitstel hebben gekregen, doen er waarschijnlijk jaren over om deze schuld af te lossen, constateert ABN AMRO in een maandag verschenen rapport. Onder meer bij cateraars en vervoersbedrijven is de schuld inmiddels enkele malen hoger dan de gemiddelde jaarwinst.

Bij de uitbraak van COVID-19 in het voorjaar van 2020 konden bedrijven uitstel krijgen voor het betalen van belastingen. Het betrof onder meer omzet- en inkomstenbelasting en loonheffing. De Belastingdienst heeft in totaal voor 16 miljard euro aan uitstel verleend.

Volgens ABN AMRO, dat zich baseert op cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), heeft onder andere 43 procent van de restaurants om uitstel gevraagd. Bij kledingwinkels gaat het om een aandeel van 33 procent. Daarnaast hebben alle cafés met vijftig of meer medewerkers om uitstel gevraagd.

De bank heeft per sector gekeken hoelang bedrijven erover zouden doen om deze schulden af te lossen. ABN AMRO keek daarbij naar de hoogte van de belastingschuld en vergeleek die met de gemiddelde winst per maand van voor de coronacrisis.

Daaruit blijkt dat de belastingschuld bij bijvoorbeeld schoenenwinkels gemiddeld net zo hoog is als de winst van veertien maanden. Dit zou betekenen dat schoenenverkopers gedurende een jaar en twee maanden de volledige winst moeten gebruiken om de belastingschuld af te lossen.

Bij sommige bedrijfstakken is de situatie nog extremer. Zo moeten bedrijven in het personenvervoer gemiddeld de winst van meer dan twee jaar (28 maanden) volledig afdragen aan de fiscus om van de belastingschuld af te komen. Bij cateraars gaat het zelfs om bijna vier jaar (45 maanden).

Of dit in de praktijk ook zo zal gaan, is afwachten. Naar verwachting neemt het kabinet later deze week een besluit over hoe het omgaat met deze belastingschulden. Volgens het huidige beleid moeten bedrijven deze schulden vanaf 1 oktober binnen drie jaar aflossen, maar er gaan stemmen op om deze regels aan te passen.