Asielmigranten komen in Nederland nauwelijks aan een baan in de zorgsector, ook niet als zij een zorgachtergrond hebben. En dat terwijl de sector al lange tijd kampt met grote personeelstekorten, die kunnen oplopen tot 130.000 werknemers in 2030. De overheid en zorgorganisaties moeten statushouders daarom een betere kans geven om in de zorgsector aan de slag te kunnen, vindt de Adviescommissie voor Vreemdelingenzaken (ACVZ).

Volgens de ACVZ lukt het asielmigranten ook tijdens de huidige coronacrisis nauwelijks om werk in de zorg te vinden. Op verzoek van demissionair staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van Justitie en Veiligheid heeft de ACVZ de problemen voor migranten in de zorgsector in kaart gebracht. Het rapport daarover is dinsdag verschenen.

Er zijn voor asielmigranten veel hindernissen voordat zij in de zorg aan de slag kunnen, schrijft de commissie. "Ze moeten lang wachten op de beslissing over hun asielaanvraag, mogen niet snel aan de slag en worden onvoldoende begeleid naar gepast werk of een opleiding die aansluit bij werk in de zorg", somt de ACVZ op. Ook moeten mensen die in het buitenland als arts of verpleegkundige werkten eerst "een complex en prijzig traject" doorlopen, dat bij migranten van buiten Europa minimaal vier jaar duurt.

Eenmaal aan het werk moeten migranten erg wennen aan de cultuur op de werkvloer, aldus de commissie. Ook krijgen zij regelmatig te maken met bewuste of onbewuste vooroordelen of soms zelfs met discriminatie door cliënten en collega's.

De ACVZ adviseert de overheid om "de wettelijke en administratieve hindernissen" weg te nemen en het proces van erkenning van buitenlandse diploma's te versnellen en te vereenvoudigen.

Verder kunnen ook het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), gemeenten, onderwijsinstellingen en zorgorganisaties helpen door asielmigranten die in de zorg willen werken eerder te identificeren en intensief te begeleiden. Ook moet de zorgsector inclusiever worden en moet er meer aandacht komen voor een veilige werkomgeving.