Nederlanders waren in april vooral aan brandstoffen meer geld kwijt dan een jaar geleden. Dat blijkt dinsdag uit CBS-cijfers over de inflatie in ons land. 1 liter benzine kostte vorige maand gemiddeld 1,746 euro, wat 18,3 procent duurder was dan de 1,468 euro van een jaar eerder. Ook diesel is flink duurder geworden: de literprijs ging van 1,224 euro in april vorig jaar naar 1,387 euro vorige maand.

Sinds april is de prijs van brandstoffen verder gestegen. Vorige week kwam de gemiddelde landelijke adviesprijs voor benzine met 1,897 euro op het hoogste punt aller tijden.

Ook de prijzen van stroom, gas, kleding en schoenen waren in de afgelopen maand hoger dan in april vorig jaar. Daar stond tegenover dat de prijs voor eten en drinken juist daalde, doordat voedingsmiddelen 2,2 procent goedkoper waren dan een jaar eerder. Dat kwam vooral doordat groenten, fruit, brood en graanproducten zoals pasta minder kostten. Al met al kwam de inflatie in april uit op 1,9 procent, hetzelfde percentage als een maand eerder.

Nederland zit qua inflatie iets boven het EU-gemiddelde. In Europa wordt een wat andere rekenmethode toegepast en volgens die methode kwam de inflatie in april in Nederland uit op 1,7 procent. Het EU-gemiddelde was 1,6 procent.

Het CBS wijst er overigens al een jaar op dat de inflatie deels geschat moet worden. Sommige diensten, zoals vliegreizen en maaltijden in restaurants, zijn niet of maar beperkt beschikbaar. Daardoor is het lastig om de invloed daarvan op de inflatie te meten. Ook hebben consumenten hun uitgavenpatroon vanwege de crisis en de bijbehorende beperkingen veranderd. Ook dat heeft zijn weerslag op de inflatie.