De nieuwe pensioenwet treedt uiterlijk 1 januari 2023 in werking, ruim een jaar later dan eerder werd verwacht. Dat schrijft demissionair minister Wouter Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid maandag in een Kamerbrief. Daarmee krijgen pensioenfondsen ook een jaar langer de tijd om zich aan te passen aan het nieuwe stelsel, tot 1 januari 2027.

Binnen het nieuwe pensioenstelsel doen fondsen geen beloften meer over de toekomstige pensioenen die ze uitkeren. Elke deelnemer krijgt een eigen pensioenvermogen dat door het fonds belegd wordt. Op basis van het verwachte rendement en de levensverwachting kan het fonds inschatten wat de deelnemer later krijgt. Dit betekent dat het kan meezitten als het economisch goed gaat, maar ook kan tegenzitten.

Koolmees hoopt dat de overstap nog voor 2027 gemaakt kan worden, maar schrijft dat een transitieperiode van drie jaar in sommige gevallen simpelweg niet voldoende is. Daarom krijgen de partijen vier jaar de tijd. "Het is goed om te benadrukken dat partijen ervoor kunnen kiezen om binnen de transitieperiode op een eerder moment de overstap te maken", aldus de minister.

Volgens Koolmees is de vertraging te wijten aan de complexiteit van het vraagstuk. "Het is een heel ingewikkeld vraagstuk, het gaat om heel veel geld, grote belangen. Het moet zorgvuldig gebeuren en daar hebben we helaas iets meer tijd voor nodig", zegt hij tegen de NOS.

Vakbond CNV "betreurt" het uitstel en zegt dat het een hard gelag is voor veel gepensioneerden die nu nog een jaar langer moeten wachten op indexatie. "Juist de nieuwe pensioenwet moest ervoor zorgen dat pensioenen meer meebewegen met de markt. Nu de rente eindelijk weer stijgt, zou dat voor veel gepensioneerden uitzicht op indexatie betekenen. Helaas stelt het kabinet de invoering van de nieuwe pensioenwet maar liefst een jaar uit", zegt Patrick Fey, vicevoorzitter van de vakbond.