Nederland krijgt 101 miljoen euro terug over de EU-begroting van 2020. Dat meldt demissionair minister Wopke Hoekstra (Financiën) in een brief aan de Tweede Kamer.

Nederland heeft wel vaker een meevaller uit Brussel, maar kreeg in de afgelopen jaren ook een aantal keer een flinke naheffing. Nederland is nettobetaler aan de EU, wat wil zeggen dat er meer geld wordt afgedragen dan dat er terugkomt in de vorm van bijvoorbeeld subsidies.

Formeel moeten alle lidstaten en het Europees Parlement instemmen met de definitieve cijfers, maar dat zal naar verwachting in juni zijn afgestempeld. De meevaller wordt volgens Hoekstra bij het "eerstvolgende begrotingsmoment op de begroting van Buitenlandse Zaken verwerkt".

De meevaller is het gevolg van een begrotingsoverschot voor de hele EU van zo'n 1.769 miljoen euro. De inkomsten waren vorig jaar 1.647 miljoen euro hoger dan begroot, terwijl de uitgaven zo'n 121 miljoen euro lager waren. Enerzijds kwam dat door hoger dan verwachte opbrengsten uit boetes en invoerrechten. Anderzijds was er een afname van administratieve lasten door minder militaire missies, vergaderingen en werving van personeel.