Suriname kan de komende drie jaar rekenen op ruim 570 miljoen euro van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), zo liet de regering eind vorige maand weten. Daarmee zou het mogelijk moeten zijn het door schulden geplaagde Suriname economisch weer op de rails te krijgen. Kunnen de recent voor de kust ontdekte olie- en gasvoorraden daar nog een rol in spelen?

De huidige Surinaamse regering kreeg na het aantreden in mei 2020 te maken met torenhoge schulden, een hoge inflatie, nauwelijks internationale reserves en een groot begrotingstekort. Daar kwam de problematiek van de coronapandemie nog bij.

Na maandenlange intensieve onderhandelingen werden Suriname en het IMF het eens over een economisch hervormingsprogramma. Dat moet de Surinaamse economie aanslingeren, die volgens het IMF dit jaar met slechts 1,5 procent zal groeien.

De regering hoopt met de olie- en gasindustrie de wind in de zeilen te krijgen. Suriname was in het afgelopen jaar in trek bij bedrijven die op zoek zijn naar nieuwe olie- en gasvoorraden. Het land was in 2020 na Rusland de plek met de meeste olie- en gasvondsten. In de afgelopen maanden is voor de Surinaamse kust voor bijna 1,39 miljard vaten aan nieuwe voorraad aangeboord, zo heeft het Noorse onderzoeksbureau Rystad Energy becijferd.

Veelvoud aan productie in de pijplijn

Bij winstgevende exploitatie kan Staatsolie rekenen op royalty's van 6,25 procent. Voor de kust van Suriname wordt veel zogeheten lichte olie gevonden, die goedkoper te produceren is. Daarmee is de winning ervan ook bij lagere olieprijzen rendabel.

Inmiddels kan het land profiteren van de oplopende olieprijzen. In het afgelopen jaar zijn die met 150 procent gestegen. Bovendien is het de verwachting dat de vraag naar olie verder zal oplopen en daarmee ook de prijzen. Het vliegverkeer en het wegverkeer moeten immers nog van de coronacrisis herstellen.

Staatsolie produceert zo'n 16.500 vaten olie per dag. Het is niet ondenkbaar dat een olievondst straks goed is voor een veelvoud daarvan. Voor de kust van buurland Guyana, waar eerder grote ontdekkingen werden gedaan, is het zogeheten olieblok Stabroek goed voor 120.000 vaten per dag.

Nog vier jaar geduld

Inmiddels is ook een veilingronde voor nieuwe concessiegebieden in ondiep water afgerond. Geïnteresseerde bedrijven hadden tot 30 april de tijd om hun voorstellen in te leveren. Staatsolie Maatschappij Suriname zegt tien biedingen te hebben ontvangen voor drie van de acht beschikbare gebieden. Het bedrijf zal later deze maand bekendmaken met welke spelers het gaat onderhandelen over nieuwe olieproductie.

Dat is niet van de ene op de andere dag geregeld. Aangezien de concessiegebieden tientallen kilometers uit de kust liggen, moeten er booreilanden geïnstalleerd worden. Tevens zijn er pijpleidingen nodig en moet de opslagcapaciteit uitgebreid worden. Ook is het waarschijnlijk dat de Tout Lui Faut-raffinaderij van Suriname onder handen genomen moet worden.

Staatsolie-topman Annand Jagesar rekent erop dat het nog zeker vier jaar zal duren voordat de ontdekkingen van het afgelopen jaar ook daadwerkelijk kunnen bijdragen aan de olieproductie. Pas rond 2027 zullen de vijf grote vondsten in productie zijn, zo zei Jagesar eerder dit jaar in gesprek met Argus Media.

Suriname zal dus minimaal een jaar moeten overbruggen tussen het einde van het IMF-programma en de start van de extra olieproductie. Als het land zijn zaakjes dan niet op orde heeft, is elke druppel olie er een op de gloeiende plaat.