De roep om vaccinpatenten vrij te geven wordt steeds luider. De Verenigde Staten veranderden afgelopen week van koers en zijn nu ook vóór. Het vrijgeven van de patenten zou een oplossing kunnen zijn voor het tekort aan vaccins in vooral lage- en middeninkomenslanden. Toch zijn farmaceuten tegen. Waarom? En is dat terecht?

"Het besluit van de Amerikaanse regering om het vrijgeven van patenten op coronavirusvaccins te ondersteunen is teleurstellend", klinkt het woensdag vanuit farmaceutische hoek na de bekendmaking van de Amerikanen. De reactie is enigszins opmerkelijk, want eerder viel juist de ene na de andere organisatie over elkaar heen om de koerswijziging van de VS te bejubelen.

De farmaceuten benadrukken dat ze wél achter het doel van de beslissing staan: zo snel en gelijkwaardig mogelijk coronavaccins over de hele wereld verspreiden. Maar, stellen ze, het vrijgeven van de patenten is niet het juiste pad naar hetzelfde beoogde doel.

"Het vrijgeven van de patenten van de coronavaccins zal niet tot een hogere productie leiden. Integendeel: het zal zelfs tot verstoring kunnen leiden", aldus belangenvereniging International Federation of Pharmaceutical Manufacturers & Associations (IFPMA). Zij zegt dat de problemen bij de wereldwijde vaccinatie-uitrol te wijten zijn aan handelsbarrières, problemen in de bevoorradingsketens, een gebrek aan grondstoffen, te weinig knowhow én te weinig bereidheid van rijke landen om prikken met armere landen te delen.

'Ik ken geen producenten die willen maar niet mogen'

Emeritus hoogleraar vaccinontwikkeling Ben van der Zeijst snapt de argumenten van de farmaceuten wel. "Vaccinproductie is een heel ingewikkeld proces dat uit verschillende stappen bestaat. Dat moet allemaal op elkaar zijn afgesteld."

Het vrijgeven van patenten op de coronavaccins kan het wereldwijde tekort aan prikken dus niet zomaar wegtoveren. "Dan moeten er eerst producenten zijn die zeggen: 'Ik kan het nu maken, maar ik mag het niet!' Ik ken die producenten niet", aldus Van der Zeijst, die in het verleden hoofd vaccinatie bij het RIVM was. "Wat ik zie, is dat de leveranciers al iedereen hebben ingeschakeld die ingeschakeld kan worden."

Het is volgens Van der Zeijst ook niet mogelijk om zomaar een fabriek om te bouwen tot vaccinproductiefaciliteit. Daar komt namelijk ook nog een kennis- en leveranciersnetwerk bij kijken én dan heb je ervaren personeel met knowhow nodig. "Als je geen ervaring hebt, duurt het zeker een paar jaar voordat het lukt om een vaccin in elkaar te zetten."

Beschuldigingen van eigenbelang

Van der Zeijst snapt ook dat een "nee" van de farmaceuten meteen tot beschuldigingen van eigenbelang leidt. Zo is er een aantal vaccinmakers dat grof geld verdient aan het maken van de prikken. Het inmiddels bekende Pfizer kon in het eerste kwartaal 3,5 miljard dollar (2,9 miljard euro) aan vaccinverdiensten bijschrijven. Eerder deze week bevestigde de farmaceut dat de winstmarge op elke verkochte prik "tegen de 30 procent" ligt. Oftewel: Pfizer maakte 1 miljard dollar winst op de verkochte prikken.

De keerzijde van de medaille zie je bij Janssen en AstraZeneca, die de vaccins sinds het begin van de pandemie zonder winst verkopen. Dat kan binnenkort mogelijk veranderen voor laatstgenoemde: Financial Times onthulde vorig jaar dat AstraZeneca in zijn contracten heeft staan dat het geen winst maakt gedurende de pandemie, maar de pandemie duurt in de contracten tot 1 juli. Die deadline kan door de farmaceut zelf uitgesteld worden. "Het zijn niet allemaal lieverdjes, maar ze hebben inhoudelijk wel een punt", concludeert Van der Zeijst.