Een melding over een misstand bij een uitzendbureau leidt maar in 10 procent van de gevallen tot een onderzoek van de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Bij de inspectiedienst kwamen in 2018 en 2019 4.098 meldingen binnen over malafide uitzendbureaus voor met name arbeidsmigranten, waarvan ruim 3.500 meldingen niet tot een zaak kwamen. Dat meldt Pointer, dat cijfers via de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) opvroeg.

In totaal leidden 477 van de ruim 4.000 meldingen tot een onderzoek. In 154 gevallen werd het onderzoek zonder resultaat afgesloten en 178 onderzoeken lopen nog. In 48 gevallen constateerde de inspectie een overtreding. Het is niet bekend wat er met de overige meldingen is gebeurd.

De meldingen gaan voornamelijk over arbeidsuitbuiting, schijnconstructies en illegale tewerkstelling van arbeidsmigranten. Die wonen soms met z'n drieën of vieren in één kamer. In sommige gevallen moeten meerdere arbeidsmigranten in een woonkamer slapen. Vaak is het niet mogelijk om 1,5 meter afstand te houden.

Ook worden er meldingen gedaan van belastingfraude of financiële fraude bij uitzendbureaus voor arbeidsmigranten. Werknemers moeten bijvoorbeeld wekelijks een deel van hun salaris van hun rekening teruggeven. In ruil daarvoor geeft een werkgever hen een bepaald bedrag in contant geld.

'Dweilen met de kraan open'

Nicolette Kieft, programmamanager bij de directie Toezicht van de inspectie, zegt tegen Pointer dat het momenteel erg eenvoudig is om een uitzendbureau op te richten. Sinds 1998 geldt voor uitzendbureaus namelijk niet langer een vergunningsplicht. "Het is dweilen met de kraan open."

Elk jaar verdwijnen volgens de inspectie zo'n drieduizend uitzendbedrijven. Daartegenover komen er vier- tot vijfduizend bedrijven bij in de uitzendsector. Door die vluchtigheid is het erg moeilijk om te handhaven. Zo zou 99 procent van de veertienduizend uitzendbedrijven in Nederland buiten het zicht van de inspectie opereren.

Bovendien leidt een boete vaak niet tot het gewenste resultaat. Bedrijven die werden beboet gingen failliet of waren niet meer te traceren, aldus Kieft. "Daarna wordt snel een nieuw bedrijf opgericht of personeel wordt heen en weer geschoven tussen verschillende bedrijven."