In de eerste vier maanden van dit jaar is elf keer gestaakt, meldt vakbond FNV. Dat zijn nu al twee werkstakingen meer dan in heel 2020, toen in totaal negen keer het werk werd neergelegd door Nederlandse werknemers.

FNV organiseerde de afgelopen maanden vooral stakingen in de metaalindustrie, bij supermarkten en in het beroepsgoederenvervoer. Deze sectoren gaat het ondanks de coronacrisis voor de wind en de vakbond wil dat zijn leden daarvan meeprofiteren. Via stakingen hoopt de vakbond hogere lonen, het behoud van toeslagen en verbeterde pensioenafspraken af te dwingen.

Een FNV-woordvoerder verklaart het grotere aantal stakingen deels doordat vorig jaar verschillende cao-onderhandelingen stillagen vanwege de pandemie. "Nu deze weer zijn opgepakt, lijkt er voor een deel sprake te zijn van een inhaalslag."

Of het aantal stakingen in dit tempo zal doorzetten, durft de woordvoerder niet te voorspellen. Wel zegt ze dat een staking pas als nieuw wordt aangemerkt als werknemers binnen een bedrijf of sector dit jaar nog niet eerder het werk hebben neergelegd vanwege onvrede over de arbeidsvoorwaarden.

Deze week werd het werk nog door een deel van de ProRail-medewerkers neergelegd, maar daar ligt inmiddels een nieuwe cao waarover leden van FNV Spoor mogen stemmen. Hierdoor zijn de aangekondigde spoorstakingen voorlopig van de baan.

Andere stakingsacties lopen nog. Zo leggen medewerkers van supermarkten, metaalbedrijven en bedrijven in het goederenvervoer vrijdag in de regio Nijmegen één etmaal lang het werk neer voor een betere cao.

Piek in aantal stakingen

Afgezien van coronajaar 2020, wordt in de laatste jaren vaker dan twintig keer per jaar gestaakt. Het overgrote deel van die stakingen wordt door vakbonden uitgeroepen.

In 2017 was er sprake van een piek in het aantal stakingen. In dat jaar werd 32 keer het werk neergelegd, het grootste aantal sinds de jaren tachtig, bleek eerder uit cijfers van het CBS.

Ook in 2018 waren er meer stakingen dan gemiddeld en in 2019 legde zelfs een recordaantal van 319 duizend werknemers het werk neer. Het verloren aantal arbeidsdagen liep toen op tot 391 duizend, het grootste aantal in bijna 25 jaar.