Een auto of ander motorvoertuig kost een Nederlander gemiddeld 2.158 euro belasting per jaar, blijkt uit donderdag gepubliceerde cijfers van de Europese belangenvereniging voor de auto-industrie ACEA. Daarmee staat ons land in de middenmoot van de ranglijst met dertien onderzochte landen.

In België zijn autorijders het meest kwijt. Zij betalen gemiddeld 3.187 euro per voertuig. Het goedkoopst is Spanje, waar je als bezitter van een auto of ander gemotoriseerd voertuig gemiddeld 1.086 euro betaalt. Dat is bijna driemaal zo weinig als in België en ongeveer de helft van Nederland.

ACEA deed onderzoek naar de autobelastingen in dertien EU-landen, waaronder grote markten als Duitsland, Frankrijk, Spanje en Italië. Het Verenigd Koninkrijk werd niet meegenomen en ook veel Oost-Europese landen zijn buiten beschouwing gelaten.

Er is niet alleen gekeken naar belastingen voor de auto zelf, zoals aanschafbelasting en wegenbelasting, maar ook naar brandstofaccijnzen. De btw is eveneens meegenomen in de berekeningen.

In absolute bedragen betalen de Duitsers het meest. In de grootste automarkt van Europa ontvangt de overheid 99,9 miljard euro aan autobelastingen per jaar.

Nederland is van de onderzochte landen de duurste als het gaat om belasting op benzine. Per 1.000 liter betaal je in Nederland 813 euro belasting, blijkt uit cijfers van ACEA. Hierbij hebben de onderzoekers alleen gekeken naar accijns. De btw op brandstof is in deze berekeningen buiten beschouwing gelaten. Ter vergelijking: in Hongarije betaal je per 1.000 liter benzine 345 euro accijns.