Shell kon in het eerste kwartaal van dit jaar profiteren van hoge olieprijzen. Mede daardoor boekte het bedrijf een winst van ruim 4,3 miljard dollar (3,5 miljard euro), nadat het over heel 2020 nog op een recordverlies van maar liefst 21,7 miljard uitkwam. Toch zijn de problemen nog niet voorbij, denkt Shell. De pandemie zorgt ook de komende tijd voor minder vraag naar olie en gas.

2020 was voor Shell een dramatisch jaar. Door de corona-uitbraak in maart vorig jaar slonk de vraag naar olie zeer snel. Ook de prijzen gingen naar beneden. Het energieconcern besloot daarom tot grote afwaarderingen van bezittingen, wat resulteerde in het grootste verlies aller tijden voor het bedrijf.

Inmiddels zijn de olieprijzen weer behoorlijk opgeveerd. En daar wist Shell in de afgelopen maanden van te profiteren, ondanks dat de verkochte hoeveelheid olie terugliep. De hogere winstgevendheid kwam ook door meer inkomsten uit onder meer vloeibaar aardgas (lng) en chemie.

De winst van 4,35 miljard dollar (winst tegen actuele geschatte voorraadkosten, zoals Shell het noemt) in het eerste kwartaal was stukken beter dan de 2,76 miljard dollar van dezelfde periode vorig jaar. In het laatste kwartaal van 2020 was dat zelfs een verlies, van 4,48 miljard dollar.

Verder had Shell last van de winterstorm in de Amerikaanse staat Texas. De schade die ontstond door de aanhoudende extreme kou kostte het Brits-Nederlandse bedrijf uiteindelijk 200 miljoen dollar.

Voor de rest van het jaar blijft Shell rekening houden met een lagere vraag naar olie en gas. Zo is het vliegverkeer nog lang niet opgestart en is er minder woon-werkverkeer.

Het bedrijf heeft dan ook eerder dit jaar bekendgemaakt dat het banen wil schrappen. In Nederland gaat het om negenhonderd arbeidsplaatsen, wat neerkomt op 10 procent van alle banen in Nederland. Wereldwijd vervallen er zeven- tot negenduizend banen.