Rekeninghouders van Rabobank die meer dan 100.000 euro spaargeld hebben, gaan daar vanaf 1 juli 2021 rente over betalen. Dat heeft de bank woensdag bekendgemaakt. Met de beslissing sluit Rabobank zich aan bij sectorgenoten ABN AMRO, ING en de Volksbank, die onlangs ook besloten om bij meer klanten negatieve rente in rekening te brengen.

De spaarders bij Rabobank gaan 0,5 procent rente betalen over het deel van hun vermogen dat boven de 100.000 euro ligt. Het gaat zowel om particuliere als zakelijke klanten.

Voor rekeninghouders met minder dan 1 ton aan spaargeld verandert er niets. Klanten met een particuliere spaar- of beleggersrekeningen behouden de huidige 0,01 procent rente. Op particuliere betaalrekeningen blijft de rente 0 procent voor bedragen tot 100.000 euro.

Volgens de bank blijft na 1 juli nog altijd 95,8 procent van alle klanten gevrijwaard van de negatieve rente. De bank sluit echter niet uit dat de drempel voor de negatieve rente in de toekomst verder omlaaggaat.

ING maakte als eerste van de grote banken in Nederland bekend dat het drempelbedrag voor negatieve rentes op 1 juli omlaaggaat naar 100.000 euro. Kort daarop kwam ook ABN AMRO met dat nieuws. Daarna volgde de Volksbank, waartoe onder meer SNS en ASN behoren. Bij ABN AMRO gaat het overigens om bedragen van boven de 150.000 euro.

De banken werken met negatieve rentes, omdat ze zelf bedragen moeten aanhouden bij de Europese Centrale Bank (ECB), die daarvoor negatieve rente in rekening brengt bij de banken. Omdat de banken deze negatieve rente al geruime tijd moeten betalen, rekenen ze die steeds meer door aan hun klanten.

De ECB brengt de negatieve rente bewust in rekening, omdat het op die manier consumenten en bedrijven wil stimuleren hun geld uit te geven en niet te sparen. Dit is beter voor de economie.