De terrassen mogen weer open en de warenmarkten mogen weer op volle sterkte hun kramen opzetten. Beide moeten voldoen aan de regel dat 1,5 meter afstand moet worden gehouden, waardoor meer ruimte nodig is. "Het worden kostbare meters in de centrums", zegt voorzitter Louise Wesselius van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel (CVAH) tegen NU.nl.

Koninklijke Horeca Nederland (KHN) stelde eerder op verzoek van deze site een lijst op van gemeenten die de lokale horeca al ruimere terrassen hadden toegezegd, als die eenmaal weer open mochten. Daaruit bleek dat twee derde van de 352 gemeenten dat in maart al had beloofd.

"Dat kan dan zo zijn op de meeste dagen van de week, maar niet op marktdag", zegt de voorzitter van de marktkraamhouders. "Dat is meestal maar één dag, hooguit twee." De grotere terrassen voor de horeca kwamen vorig jaar al in beeld nadat de horeca na de eerste lockdown op 1 juni weer open mocht.

Toen leverde dat her en der ook wel wat wrijving op met de markten, die ook meer ruimte nodig hebben. Op de markten mochten tot dusver wel kramen met eten en drinken staan, maar geen kramen met non-food. De CVAH had hierover een kort geding tegen de Staat aangespannen, maar een uitspraak bleek niet meer nodig.

'Elkaar de ruimte geven en gunnen'

Onderdeel van de versoepelingen die woensdag ingaan is ook dat non-food verkopers hun kraam weer mogen opzetten. "Daar zijn we superblij mee. De gemeenten hebben er baat bij dat zowel de horeca als de markt de ruimte krijgt", stelt de CVAH-voorzitter.

"In normale tijden hebben de terrassen ook even wat minder ruimte als het marktdag is, dus we gaan ervan uit dat dit nu ook zo zal zijn." De brancheorganisatie denkt dat het vooral een kwestie van goed overleggen zal zijn. "In negen van de tien gevallen, zal dat ook lukken. We moeten elkaar de ruimte geven en gunnen."