Philips heeft in het eerste kwartaal een omzet van 3,8 miljard euro geboekt. De omzet uit voortgezette activiteiten ligt 9 procent hoger dan in dezelfde periode een jaar eerder, blijkt maandag uit de kwartaalcijfers van het medisch technologiebedrijf.

Philips verkocht vorig jaar de tak voor huishoudelijke apparaten. De resultaten van die activiteiten zitten nu voor het eerst niet in de cijfers.

Vooral de activiteiten in de Verenigde Staten liggen weer op koers. Ziekenhuizen kunnen daar weer meer geplande zorg uitvoeren en in nieuwe apparatuur investeren, nu de coronacrisis meer en meer onder controle is.

Het onderdeel Diagnostisering en Behandeling laat een groei zien van 11 procent. Ook de tak Persoonlijke Gezondheidszorg van Philips vertoont groei. Dit bedrijfsonderdeel maakt onder meer elektrische tandenborstels, scheerapparaten en babyproducten.

Onder de streep komt Philips uit op een verlies van 34 miljoen euro. Dat heeft te maken met een terugroepactie van slaap- en ademhalingsapparatuur waarin problemen waren gevonden. Als die eenmalige tegenvaller niet wordt meegerekend, rolt er een winst uit van 17 miljoen euro.

CEO Frans van Houten zegt in een toelichting op de cijfers dat het bedrijf door zijn innovatiekracht momentum heeft. Hij noemt de ruim vijftig nieuwe strategische partnerschappen die Philips het afgelopen jaar is aangegaan met ziekenhuizen.