De Nederlandse staatsschuld is het afgelopen coronajaar gestegen, zo schreven we zaterdag. Maar wat is staatsschuld en aan wie zijn we dat geld eigenlijk verschuldigd?

Een staatsschuld ontstaat simpel gezegd doordat een land (bijvoorbeeld Nederland) meer geld uitgeeft dan er binnenkomt. Als gevolg daarvan moet het Rijk geld bijlenen. Dat klinkt misschien als een vreemde gang van zaken, maar is eerder regel dan uitzondering.

Overheden moeten immers langetermijninvesteringen doen, zoals de aanleg van wegen of het optuigen van een goede gezondheidszorg. Bovendien doen burgers zelf iets vergelijkbaars, bijvoorbeeld als we een huis kopen. Dan lenen we ook fors meer dan ons jaarsalaris. Daarvoor kloppen we niet aan bij vrienden of familie, net zo min dat de overheid haar geld alleen maar bij de burger ophaalt door middel van belastingen.

Dat wil niet zeggen dat overheden qua leengedrag vergelijkbaar zijn met burgers. Doordat een land - met uitzondering van zeer extreme gevallen - nooit zomaar ophoudt te bestaan, kunnen banken erop rekenen dat een functionerende overheid haar schulden aflost. Burgers kunnen daarentegen hun baan verliezen of, erger nog, komen te overlijden.

Daarnaast kunnen overheden terugvallen op tal van bezittingen die als onderpand kunnen dienen. Daardoor is een staatsschuld, ondanks de negatieve klank, feitelijk niet zo'n probleem.

Lenen voor de lange termijn doet een overheid door middel van staatsleningen. Dat wordt ook wel een obligatie genoemd. De uitgifte ervan kun je nog het beste vergelijken met het bewaren van een bonnetje. Het is het bewijs van de schuld die je bent aangegaan met die lening. Dit bonnetje is verhandelbaar. Dat kan betekenen dat de schuld aan een andere eiser moet worden terugbetaald.

Voor een lening komt de kredietwaardigheid van een land om de hoek kijken, wat uitgedrukt wordt in een zogeheten rating. Die wordt toegekend door gespecialiseerde bedrijven zoals Fitch, Moody's en S&P Global Ratings. Dit zijn kredietbeoordelaars.

Nederland heeft een AAA-rating, wat een hoge kredietwaardigheid betekent. Daardoor kan ons land relatief gemakkelijk geld lenen. Anders gezegd: Nederlandse staatsobligaties zijn aantrekkelijk voor investeerders. Ze kunnen erop rekenen dat Nederland netjes de rente betaalt en de schulden aflost.

De Nederlandse staatsschuld in cijfers

  • De staatsschuld bedroeg aan het einde van 2020 volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 379 miljard euro.
  • Dat betekent een toename van 42 miljard euro ten opzichte van een jaar eerder.
  • Eind 2019 was de staatsschuld nog 48,7 procent van het Bruto Binnenlands Product (BBP). Eind 2020 was dit 54,5 procent van het BBP.
  • De staatsschuld komt neer op een bedrag van 21.782 euro per Nederlander.

De overheid leent al dat geld van binnen- en buitenlandse beleggers. Laatstgenoemde groep heeft volgens ABN AMRO ongeveer een kleine 40 procent van de staatsschuld in handen. Wie dat precies zijn, is lastig te zeggen. Dat komt allereerst doordat staatsobligaties zoals gezegd verhandeld worden, soms meerdere malen per week. Hierdoor kun je nauwelijks bijhouden wie de schulden opkoopt.

Ruim een derde van de Nederlandse staatsschuld is in handen van het Eurosysteem. Dat is de monetaire autoriteit van de eurozone en bestaat uit de Europese Centrale Bank (ECB) en de nationale centrale banken van de lidstaten. De ECB koopt staatsobligaties op, zodat landen minder afhankelijk zijn van banken. Die banken kunnen daardoor op hun beurt meer geld aan burgers en bedrijven uitlenen. Met geld op zak kunnen zij uitgaven doen waarmee de economie aangeslingerd wordt.

Zo'n 28 procent van de staatsschuld is in het bezit van Nederlandse beleggers. Dat zijn naast beleggingsinstellingen en pensioenfondsen ook banken en verzekeraars. De trend van de afgelopen jaren laat zien dat banken minder zijn gaan investeren in Nederlandse staatsobligaties. Waar zij in het eerste kwartaal van 2015 zo'n 33 procent van het papier in handen hadden, was dit in het derde kwartaal van 2020 nog 21 procent. Beleggingsinstellingen en pensioenfondsen zijn juist meer gaan investeren.

De Staat heeft doorgaans meerdere jaren om een staatslening af te lossen. In hoeveel stappen dat gebeurt, is afhankelijk van de leningsvoorwaarden. Bij een begrotingsoverschot kan de regering ervoor kiezen de staatsschuld te verlagen door leningen voor een deel vervroegd af te lossen.