2020 was een rampzalig jaar voor economieën wereldwijd. Om schade in de vorm van faillissementen en werkloosheid te beperken, vielen overheden massaal terug op een ouderwetse beleidsvorm: staatssteun. Doordat de overheid de portemonnee trok, is de Nederlandse staatsschuld in het coronajaar 2020 met ongeveer 6 procentpunt gestegen. Hoe ging dat in de rest van de eurozone?

Dat de coronapandemie economieën wereldwijd hard raakt, is inmiddels wel bekend. Op veel plekken moesten kroegen dicht, bleven winkeldeuren gesloten en werden reizen over de grens uitgesteld. Kort gezegd: we konden ons geld op minder plekken uitgeven en dus nam de economische activiteit af.

Normaal gesproken zou een dergelijke terugval van consumptie tot faillissementen en werkloosheid leiden, maar het instappen van overheden heeft de impact van de coronacrisis beperkt. Om Nederlandse bedrijven overeind te houden, werd bijvoorbeeld de NOW-loonsteun opgetuigd en werd de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) in het leven geroepen.

De uitgaven van de Staat namen dus toe, terwijl er aan de andere kant minder binnenkwam aan belastingen doordat mensen minder geld uitgaven. Hierdoor steeg de Nederlandse staatsschuld van 48,7 procent (als percentage van het bbp, red.) aan het eind van 2019, naar 54,5 procent eind 2020.

Daarmee ligt de Nederlandse overheidsschuld na een rampjaar nog onder de EU-regels die in normale tijd gelden: volgens die regels mogen landen geen hogere schuld hebben dan 60 procent van het bbp. Die regels zijn vanwege de coronacrisis tijdelijk opgeschort.

Staatsschulden (als percentage van bbp) in Eurozone

Hoogste staatsschulden in Zuid-Europa

Nederland is daarmee een van de weinige eurolanden die nog met een staatsschuld van onder de 60 procent van het bbp zit. Alleen Malta, Luxemburg, Letland, Litouwen en Estland hebben een minder grote schuldenlast, bleek vrijdag uit gegevens van het Europese statistiekbureau Eurostat.

De hoogste schuldenbergen zijn in Zuid-Europa te vinden. Vooral de staatsschuld van Griekenland (205 procent van het bbp) valt op. De Griekse economie kromp vorig jaar met 8,2 procent, mede doordat vakantiegangers noodgedwongen thuis moesten blijven. Verder was de Griekse staatsschuld vóór de coronapandemie al aan de hoge kant, gezien de gevolgen van het zware bezuinigingspakket dat uit de eurocrisis voortkwam.

Naast de staatsschuld van Griekenland ligt die van Italië (155 procent), Portugal (134 procent) en Spanje (120 procent) ook ver boven boven het gemiddelde van de eurolanden. De gemiddelde staatsschuld in de eurozone lag eind vorig jaar op 98 procent, waar dat eind 2019 nog een krappe 84 procent was.