De Nederlandse Staat overwoog vorig jaar voor 50 miljoen euro aandeelhouder van HEMA te worden om het noodlijdende bedrijf te redden, meldt NRC donderdagavond op basis van documenten die de krant ontving na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). In dat geval was HEMA deels een staatsbedrijf geworden.

Dat plan lag klaar voor het geval HEMA geen overeenstemming met schuldeisers zou bereiken en er geen andere mogelijkheid was om het bedrijf te redden.

Door een tekort aan geld dreigde de winkelketen vorig jaar failliet te gaan. Op 15 juni 2020 moest HEMA een lening van 50 miljoen euro aflossen.

Het ministerie van Economische Zaken overwoog in eerste instantie de coronasteunmaatregel voor het warenhuis op te rekken, zodat HEMA met staatsgarantie honderden miljoenen euro's kon lenen.

De Europese Commissie stak daar echter een stokje voor, omdat HEMA al voor 31 december 2019 - dus voor de pandemie - in moeilijkheden zat.

Niet van vitaal belang voor economie

Hoewel HEMA niet van vitaal belang voor de Nederlandse economie is en overheidsingrijpen daardoor lastig te verantwoorden is, vreesde het ministerie voor politieke en maatschappelijke gevolgen als het bedrijf niet gered kon worden.

Met vijftienduizend banen is HEMA belangrijk voor de werkgelegenheid. Ook het straatbeeld en de "historische en sentimentele waarde" van de keten telden mee.

Het plan om medeaandeelhouder te worden, werd geblokkeerd door minister Wopke Hoekstra (Financiën). Volgens hem was het gunstiger als de oplossing vanuit de markt kwam.

De schuldeisers kregen de winkelketen in handen. Vervolgens werd HEMA op 17 december 2020 overgenomen door de eigenaren van Jumbo (de familie Van Eerd) en investeringsmaatschappij Parcom.