De financiële toezichthouder AFM pleit er in zijn jaarlijkse wetgevingsbrief voor om studieschulden te laten registeren bij het Bureau Krediet Registratie (BKR). Zo kunnen hypotheekverstrekkers de schuld van starters op de woningmarkt zelf controleren en wordt het maandelijkse aflossingsbedrag voor de kopers niet te hoog.

De AFM focust in zijn brief op de financiële weerbaarheid van huishoudens. Eén van de punten die de toezichthouder daarbij aanhaalt, is de hoogte van de studieschuld. Volgens de AFM waren er in 2019 1,4 miljoen mensen met een studieschuld, 388.000 meer dan vier jaar eerder. In diezelfde periode liep de gemiddelde uitstaande schuld op van 12.400 euro naar 13.700 euro.

Dat beperkt de financiële ruimte die mensen hebben om hun hypotheek maandelijks af te lossen. Daarom wil de toezichthouder dat die cijfers beschikbaar zijn. Adviseurs en hypotheekaanbieders moeten namelijk rekening houden met de andere financiële verplichtingen van kopers om de hoogte van het aflossingsbedrag te bepalen.

Het kabinet bepaalde eerder al dat studieleningen minder zwaar wegen bij die bepaling dan een gewone lening, maar de AFM krijgt signalen dat studieschulden helemaal niet worden meegenomen bij zo'n aanvraag. Dat komt doordat de hypotheekaanbieders die gegevens zelf moeten opvragen en dat een omslachtige procedure tot gevolg heeft. 15 procent van de starters zou de studieschuld niet opgeven bij een hypotheekaanvraag.

Als die gegevens centraal beschikbaar zijn, wordt het makkelijker om die mee te nemen in de aanvraag, redeneert de toezichthouder. De AFM vraagt demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra om daarover te overleggen met demissionair minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).

De toezichthouder stelt zelf voor het BKR de studieschulden te laten registeren. "Dat ligt het meest voor de hand vanwege de aansluiting met de reeds bestaande schuldenregistratie", zegt de AFM.