De vijf grootste Nederlandse pensioenfondsen staan er aan het eind van het eerste kwartaal een stuk beter voor dan een jaar eerder. Dat blijkt donderdag uit cijfers van de pensioenfondsen. De dekkingsgraad ligt bij drie van de vijf grootste fondsen weer boven de 100 procent.

Om te bepalen hoe fondsen er financieel voor staan, wordt gekeken naar de dekkingsgraad. Dit is de verhouding tussen het geld dat een fonds moet betalen aan toekomstige pensioenen en de hoeveelheid geld die het nu in kas heeft. Aan de hand daarvan wordt eind dit jaar bepaald of de pensioenuitkeringen omlaag moeten.

De laatste jaren was er voornamelijk sprake van angst voor pensioenkortingen (verlaging van de pensioenen), omdat de dekkingsgraden bij de meeste grote fondsen rond en zelfs onder de kritieke grens van 90 procent lagen.

Die angst is inmiddels langzaam aan het verdampen. ABP, het grootste pensioenfonds van Nederland, noteerde aan het eind van het eerste kwartaal een dekkingsgraad van 100,5 procent. Zorgpensioenfonds PFZW zag de dekkingsgraad met bijna 15 procentpunten stijgen naar 97,5 procent vergeleken met de eerste drie maanden van vorig jaar.

In de metaalsector zagen fondsen PME en PMT de pensioenpotten beter gevuld worden: de dekkingsgraden stegen respectievelijk naar 101,7 en 98,8 procent. De dekkingsgraad van bouwfonds bpfBOUW steeg naar 117,3 procent

Dekkingsgraden pensioenfondsen eind maart

ABP: 'Economische vooruitzichten blijven onzeker'

De pensioenfondsen wijzen allemaal naar dezelfde voornaamste reden voor de stijging van de dekkingsgraden: de hogere rente. Doordat de rente hoger is, hoeven de fondsen minder geld in kas te houden om aan alle pensioenverplichtingen in de toekomst te voldoen. Verder profiteerden de pensioenbeheerders van de alsmaar stijgende aandelenmarkten, waardoor hun rendementen toenamen.

Toch zijn de positieve ontwikkelingen nog geen reden voor een feestje. "Het is op zich goed nieuws, maar de economische vooruitzichten blijven onzeker", stelt ABP-voorzitter Corien Wortmann-Kool. "Daarom verandert er helaas nog weinig aan de vooruitzichten voor onze deelnemers. Pensioenverhoging blijft uit zicht en ook de kans op verlaging van pensioen in de komende jaren blijft reëel", aldus de voorzitter.