Ondanks de Nederlandse roots en hoofdzetel, zijn Nederlanders niet bepaald trots op hotel- en huizenplatform Booking.com. Het ontbreekt het bedrijf aan de aaibaarheidsfactor en daar is de boekingssite zich van bewust. Maar toch begrijpt het platform dat niet helemaal, zegt Chief Marketing Officer Arjan Dijk in gesprek met NU.nl.

Het is wel iets waar het Nederlandse lid van de directie over nadenkt, zegt Dijk, die eerder in de Verenigde Staten woonde. "Toen ik twee jaar geleden bij Booking begon, dacht ik echt dat Nederlanders dit het meest fantastische bedrijf van het land vinden. Dat iedereen trots was op een Nederlands technologiebedrijf dat wereldwijd zo'n rol speelt."

Al vrij snel kwam hij erachter dat dit niet het geval was. "Die trotse blik leefde duidelijk niet in Nederland. Niet in de media en niet bij het publiek." Dat viel eens te meer op toen bekend werd dat Booking een van de grootgebruikers van de loonsteunregeling NOW was. Ondanks dat het jaar ervoor dikke winst werd geboekt.

Afscheid genomen van een kwart van het personeel

"In maart vorig jaar keken we ineens de afgrond in. We waren een heel succesvol bedrijf dat ineens meer afzeggingen kreeg dan boekingen. Er kwam heel veel op ons af waarvan we niet direct wisten hoe we ermee om moesten gaan, niemand wist ook hoelang dit zou duren", zegt Dijk refererend aan de coronapandemie.

Naarmate duidelijk werd dat de situatie langer zou duren, is Booking aan het reorganiseren geslagen. "Wel veel later dan onze concurrenten. Dankzij de NOW hebben we langer werkgelegenheid kunnen behouden, dat was ook het doel van de regeling." Evengoed is wereldwijd afscheid genomen van een kwart van het personeel, ook in Nederland.

“De focus lag erop om wereldwijd het merk neer te zetten en groot te worden. We zijn daarbij vergeten te vertellen wat onze bijdrage aan Nederland is.”

Met zo'n vijfduizend werknemers in Nederland is het bedrijf zeker nog wel een grote werkgever. "We zijn ook een van de allergrootste belastingbetalers in Nederland, wat dat betreft staan we zeker in de top tien." Dijk heeft niet de illusie dat mensen hierdoor ineens wel van Booking houden. "Maar ik wil het feit wel genoemd hebben, want de bijdrage die we leveren, komt nooit over."

Hij trekt het zich aan dat het bedrijf geen hoge aaibaarheidsfactor heeft. "Ik vind het erg als er een negatief verhaal in de krant staat en mijn moeder dat leest. Dan belt ze en vraagt of het goed met me gaat. Dat is niet leuk en ik vind het ook niet terecht." Dijk vindt wel dat Booking in "onze mooie achtertuin Nederland" zelf ook te weinig heeft gedaan om het bedrijf wèl geliefd te maken.

"De focus lag erop om wereldwijd het merk neer te zetten en groot te worden. We zijn daarbij vergeten te vertellen wat onze bijdrage aan Nederland is."

In Nederland haalde het platform wel meermaals het nieuws met negatieve zaken. Zo werd Booking in het verleden op de vingers getikt door Brussel over aanbiedingen die geen aanbiedingen waren en werden vorig jaar afspraken gemaakt met toezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) over het stoppen met het oneigenlijk gebruik van de term 'schaarste'.

Recentelijk kreeg het bedrijf nog een boete van de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) voor het te laat melden van een datalek.

Voor hele reiswereld nog steeds een moeilijke tijd

De marketingman van Booking rekent zijn bedrijf tot het gezelschap waar ook Spotify en Adyen toe behoren. "Succesvolle Europese techbedrijven, die zijn dungezaaid." Booking vist voor personeel in dezelfde vijver als de Ubers en Tesla's van deze wereld. "Dus je kunt ervan uitgaan dat onze arbeidsvoorwaarden goed zijn."

Het is voor Booking net als voor de hele reiswereld nog steeds een moeilijke tijd. Veel details kan Dijk niet geven vanwege de beursnotering, maar ook omdat alles door corona nog zo onzeker is. "We hopen dat we een bijdrage kunnen leveren aan het weer op gang helpen van de reisindustrie, ook de Nederlandse hotelsector. En dat Nederlanders trots worden op Booking."

Booking.com publiceert woensdag na sluiting van de Amerikaanse beurs de cijfers over het eerste kwartaal.