Onze inkomens stijgen volgens de cijfers, maar lang niet iedereen merkt dat. Volgens journalist Sander Heijne kampt onze economie met fantoomgroei: ieder jaar produceren we meer goederen en diensten, maar wat hebben we daaraan? Hij schreef er een boek over en dit weekend wordt het tweede deel van zijn serie over de scheefgroei uitgezonden. Aan NU.nl legt hij uit waar het fout gaat en hoe het beter kan.

Wat is fantoomgroei?

"Fantoomgroei is het fenomeen dat de economie groeit en dat we als land rijker worden, maar dat een aanzienlijk deel van de mensen dat niet merkt in de portemonnee. Daarnaast heeft economische groei op de lange termijn hele schadelijke gevolgen voor het klimaat, de natuur en onze planeet. Altijd willen groeien is een onhoudbaar model, op termijn moet je er iets voor inleveren."

Hoe kwam je op het idee om daar een boek over te schrijven en een serie over te maken?

"De aanleiding was dat er meer en meer onderzoeken verschenen waaruit bleek dat werkenden een steeds kleiner deel van de koek krijgen. Het deel van het geld dat naar kapitaal gaat, zoals de aandeelhouders en de grote vermogens, groeit juist. Er ontstaat een scheefgroei in de samenleving."

"En je hoeft niet hard te zoeken om de spanning te vinden die dat in de maatschappij veroorzaakt. Voor de coronacrisis stond het Malieveld bijna wekelijks vol met bijvoorbeeld boeren, zorgmedewerkers, politiemensen, bouwers of boa's. Je ziet dat veel mensen het gevoel hebben dat ze niet meekomen, terwijl veel cijfers juist laten zien dat we als land rijker worden."

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) meldde deze week nog dat de inkomens van Nederlanders in vijftig jaar verdubbeld zijn. Maar dat valt dus tegen?

"Bij de cijfers van het CBS zitten bijvoorbeeld ook de dividenduitkeringen van de grootaandeelhouders. Ze laten zien wat er gemiddeld met onze inkomens gebeurt, terwijl een deel van de mensen buitengewoon goed profiteert van de economische groei, en een deel van de mensen onevenredig weinig. Zo maskeer je de scheefgroei en zie je niet wat er gebeurt met de inkomens van bijvoorbeeld de beveiligers, schoonmakers, en alle andere mensen met lage inkomens die zo hard bijdragen aan de economische vooruitgang."

"Het CBS zegt dat een kwart van de mensen het financieel erg moeilijk heeft. Dat zijn vier miljoen mensen die je niet terugziet in die gemiddelde cijfers."

Als je kijkt naar hoe Nederland de afgelopen decennia is veranderd, lijkt het alsof we het wel degelijk beter hebben. We rijden in grotere auto's dan in de jaren negentig, kopen grotere huizen en gingen voor de coronacrisis vaak op vakantie met het vliegtuig. Maar dat beeld klopt dus niet helemaal?

"Materialistisch gezien zijn er veel dingen bij gekomen die we toen niet hadden. Je kan voor een paar tientjes naar de andere kant van Europa vliegen, dat is waar. Maar als je kijkt naar een woning: in de jaren tachtig en negentig hadden veel van mijn vriendjes één ouder die werkte, en daarmee konden ze in een gezinswoning wonen. Dat ging toen prima. Tegenwoordig lukt dat niet meer met één modaal inkomen."

"Woningprijzen worden niet meegenomen in de inflatie, en dus stijgen onze lonen niet mee met de woningmarkt. We geven dus een steeds groter deel van ons inkomen uit aan wonen. Daarnaast zijn er ook een hoop dingen slechter geworden sinds de jaren negentig: de publieke sector is uitgekleed, schoolklassen zijn groter geworden. De overheid is steeds minder in staat om voor ons te zorgen."

Hoe kan het anders?

"Wij pleiten ervoor om van een groeimodel naar een breed welvaartsmodel te gaan. We meten het succes van onze economie af aan de groei. Als we ieder jaar iets meer producten en diensten produceren, gaat het goed met de economie. Daarmee zeg je eigenlijk: ons grootste probleem is dat we te weinig spullen hebben."

"Maar mensen hechten ook waarde aan andere dingen, zoals onderwijs, zorg, schone lucht en betaalbaar wonen. Als je het succes van je samenleving daaraan afmeet, kijk je op een hele andere manier naar de maatschappij. We moeten ons afvragen: wat is nou waardevol? Welk doel willen we nastreven?"

"Toen ik het boek schreef, werd ik gek genoeg best hoopvol. Ik besefte namelijk dat er in de economie geen natuurwetten van kracht zijn, maar dat de economie een optelsom is van afspraken die we zelf hebben gemaakt. Die afspraken kunnen we gewoon veranderen als we dat willen."