China lijkt de economische effecten van de coronacrisis grotendeels te hebben overwonnen en begon 2021 met een recordgroei. De op een na grootste economie van de wereld groeide in het eerste kwartaal met 18,3 procent in vergelijking met de eerste drie maanden van 2020. Het is de grootste toename sinds het land ruim dertig jaar geleden is begonnen met het bijhouden van de kwartaalcijfers.

De ongewoon sterke groei is te verklaren door het feit dat de Chinese economie begin vorig jaar is ingestort door de coronapandemie. Er was toen sprake van een krimp van 6,8 procent. Op dat moment lag de economische activiteit in het land enkele weken bijna stil.

De Chinese regering voert een zero-COVID-beleid. Een rigoureuze lockdown en strikte toegangscontroles zorgden ervoor dat er - afgezien van kleine lokale uitbraken - sinds een jaar slechts weinig nieuwe gevallen worden geregistreerd. Sindsdien herstelt de Chinese economie zich.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schat dat de economie van het Aziatische land dit jaar met nog eens 8,1 procent zou kunnen groeien. De Chinese regering is voorzichtiger en heeft onlangs op het Volkscongres in Peking haar officiële groeidoelstelling vastgesteld op meer dan 6 procent.

Vooral de sterke buitenlandse handel heeft de Chinese economie een boost gegeven. De Chinese fabrieken produceren op grote schaal medische producten, zoals coronatests en beschermende mondmaskers die naar andere landen worden geëxporteerd. Ook komen er veel laptops en andere thuiswerkapparatuur uit China.