De komende dertig jaar is er zeker 102 miljard euro nodig om met het Nederlandse energienetwerk de overstap naar een duurzame energievoorziening te maken. Maar op dit moment zijn er niet genoeg financieringsmogelijkheden om de energietransitie mogelijk te maken, blijkt donderdag uit onderzoek van accountantsbureau PwC in opdracht van Nederlandse elektriciteits- en gasnetbeheerders.

Het geld is nodig voor de aanleg van hoogspanningsverbindingen, ondergrondse kabels en transformatorstations. Ook moeten windparken op de Noordzee worden aangesloten. Een klein deel van het geld moet naar het gasnetwerk, dat voor onder meer groen gas en waterstof geschikt gemaakt moet worden.

De verwachting is dat Nederland in 2050 ruim tweemaal zoveel stroom verbruikt als nu en de Nederlandse economie moet dan volledig klimaatneutraal zijn. De jaarlijkse investeringen in het elektriciteitsnetwerk moeten volgens het rapport daarom worden verdubbeld ten opzichte van de afgelopen tien jaar.

Daarvoor hebben de Nederlandse netbeheerders naar schatting 1,5 miljard tot 2 miljard euro extra financiering per jaar nodig. Dat kan volgens PwC alleen met "significante kapitaalstortingen".

Hogere lasten voor consumenten

De netwerkbeheerders zijn in gesprek met de Autoriteit Consument & Markt (ACM), Rijksoverheid, gemeenten en provincies om een oplossing voor het financieringsprobleem te zoeken. De beheerders vragen zich onder meer af of de enorme investeringen wel via netbeheerderstarieven aan huishoudens moeten worden doorberekend.

Door de investeringen van de netbeheerders nemen de tarieven voor verbruikers in theorie toe, omdat het uitgangspunt is dat de sector in staat moet zijn de kosten terug te verdienen en "een redelijk rendement te maken", schrijft PwC. Daardoor stijgen voor consumenten de netwerkkosten voor elektriciteit naar verwachting met ruim 50 procent en die voor gas met 9 procent. Als de rente stijgt, nemen de kosten verder toe.

Netwerkkosten omvatten zo'n 22 procent van de energierekening. 40 procent bestaat uit belastingen. Een gemiddeld huishouden betaalt nu tussen de 400 en 500 euro per jaar aan nettarieven. De ACM bepaalt de tarieven die de netbeheerders in Nederland consumenten en bedrijven in rekening mogen brengen.

In de berekening van PwC zijn Liander, Stedin, Enexis Netbeheer en TenneT meegenomen, maar de kleinere netbeheerders (6 tot 7 procent van de markt) niet.