In het eerste kwartaal van dit jaar stonden er 17.500 bestaande woningen te koop in ons land, 42 procent minder dan een jaar eerder. Sinds het begin van de metingen in 1995 was het aanbod nooit zo laag, zegt makelaarsvereniging NVM, die de cijfers donderdag naar buiten bracht. Ook het aantal te koop staande nieuwbouwwoningen was met 11.100 ongekend laag.

Tegelijk met de krimp van het woningaanbod stijgen de koopprijzen. De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande woning steeg met 15 procent naar 385.000 euro, voor een nieuwbouwwoning werd er zelfs gemiddeld 433.000 euro neergeteld. Dat is 33.000 euro meer dan een jaar eerder.

Er zijn 6,8 procent minder bestaande woningen verkocht dan in het eerste kwartaal van 2020, maar daar staat tegenover dat er wel 14 procent meer nieuwbouwwoningen werden verkocht.

'Woningnood moet prioriteit zijn voor volgend kabinet'

NVM-voorzitter Onno Hoes schrikt van de cijfers en pleit voor een beter woningbeleid. "Het is ongekend wat er gebeurt op de huizenmarkt. De lage rente, het enorme woningtekort en de stabiele sociaal-economische vooruitzichten zorgen voor krapte en jagen de prijzen verder omhoog. Ik zie het meer dan ooit als een nadrukkelijke taak voor het volgende kabinet om de woningnood als prioriteit integraal aan te pakken. Dat gaat echt verder dan alleen het realiseren van meer woningen."

Hij haalt aan dat het Planbureau voor de Leefomgeving recent signaleerde dat een gebrek aan vakmensen de capaciteit van de bouwsector beperkt. Daarom vindt hij het "de hoogste tijd om de stormbal te hijsen", zeker nu door de coronacrisis "de waarde van woongenot voor het welzijn van onze samenleving nooit zo nadrukkelijk zichtbaar was".

Ontwikkeling op huizenmarkt

Bron: NVM

Steeds meer overbiedingen

De makelaarsvereniging waarschuwt er ook voor dat 60 procent van de woningen boven de vraagprijs wordt verkocht en dat de hoogte van de overbiedingen blijft stijgen. Ze noemt dat een zorgelijke ontwikkeling omdat het de markt uit evenwicht brengt.

De prijzen stegen het sterkst in Noord-Nederland, met stijgingen van meer dan 20 procent in gemeente Opsterland (Zuidwest-Friesland) en in Zuidwest-Drenthe. In Amsterdam was de stijging met 7 procent het minst groot, maar dat komt volgens de NVM omdat er in de hoofdstad veel appartementen zijn en woningen er sowieso al heel duur zijn.