De uitbraak van de COVID-19-pandemie heeft het voor asielzoekers met een verblijfsvergunning moeilijker gemaakt om aan een baan te komen, meldt het CBS donderdag. De afgelopen jaren is het aantal asielzoekers met een baan juist gestegen, maar door de coronacrisis is daar voorlopig een rem op gezet.

Zo had van degenen die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, twee jaar later 6 procent een baan. Medio 2020 was dit al opgelopen naar 43 procent. Sindsdien daalt het aantal juist weer. Bij asielzoekers die in 2017 een verblijfsvergunning kregen, had na twee jaar 12 procent een baan. Maar ook bij hen stagneert dit aantal sinds de uitbraak van de pandemie.

Dit komt vooral doordat veel van deze zogeheten statushouders kwetsbaar zijn op de arbeidsmarkt. Zo werken ze bovengemiddeld vaak parttime en op tijdelijke contracten. Ook hebben ze relatief vaak een baan in de horeca.

Van de werkenden die in 2014 een verblijfsvergunning kregen, werkte 78 procent op een tijdelijk contract in zijn of haar laatste baan en was 16 procent werkzaam in de horeca. Bij de uitbraak van de coronacrisis raakten juist veel werknemers met tijdelijke contracten en horecapersoneel hun baan kwijt.

Tussen 2014 en medio 2020 hebben 158.000 asielzoekers een tijdelijke verblijfsvergunning gekregen. Het merendeel van hen (91.000) is afkomstig uit Syrië. Nummer twee is Eritrea, met 29.000 statushouders. De laatste jaren komen daar steeds meer Turken en Jemenieten bij, respectievelijk 2.500 en 1.500.

Arbeidsparticipatie statushouders stagneert sinds coronacrisis

Bron: CBS© LocalFocus