De twee hoofdverdachten in de fipronilaffaire krijgen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden (met aftrek van de voorlopige hechtenis), omdat ze de volksgezondheid in gevaar hebben gebracht. Dat heeft de rechtbank in Zwolle maandag bepaald. Het Openbaar Ministerie (OM) had een celstraf van twee jaar geëist, waarvan een half jaar voorwaardelijk.

Ze krijgen ook een voorwaardelijke boete van elk 25.000 euro opgelegd voor als ze opnieuw in de fout gaan.

Volgens de rechtbank handelden de eigenaren van Chickfriend opzettelijk en aanvaardden ze de "aanmerkelijke kans" dat ze met gevaarlijke biociden te maken hadden.

De fipronilzaak kwam in juli 2017 aan het licht. Toen trof de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) fipronil (een insecticide) in eieren van meerdere pluimveehouderijen aan. Uiteindelijk werd de stof in eieren van veel meer pluimveebedrijven gevonden. Miljoenen eieren moesten worden vernietigd en ruim honderd bedrijven gingen op slot.

De bron van het verboden bestrijdingsmiddel fipronil was het schoonmaakbedrijf Chickfriend van de 35-jarige Martin van de B. uit Barneveld en de 28-jarige Mathijs IJ. uit Nederhemert. Vanaf 2016 bestreden ze bloedluis in stallen met het bestrijdingsmiddel Dega-16 van Patrick R., hun Belgische leverancier.

Ze ontkennen te hebben geweten dat hun schoonmaakmiddel schadelijk was. "Dat het product schadelijk is geweest, dat hebben we nooit voor ogen gehad", zei IJ. daarover.