Alibaba van miljardair Jack Ma kreeg zaterdag door de Chinese toezichthouder een miljardenboete opgelegd wegens monopoliepraktijken. Het webwinkelconcern dient omgerekend 2,3 miljard euro te betalen. Dat is weliswaar een duizelingwekkend bedrag, maar daarmee haalt deze geldstraf niet de top tien van hoogste boetes. Deze bedrijven werden veroordeeld tot nog hogere boetes.

De EU oordeelde in 2017 dat Google zijn dominante positie op de markt had misbruikt. Dat had een boete van 2,36 miljard euro tot gevolg. Een jaar later kreeg het bedrijf nog een boete, ditmaal een van 4,3 miljard euro.

In 2012 hing farmaceut GlaxoSmithKline een boete wegens fraude boven het hoofd. Uiteindelijk trof het bedrijf een schikking van 2,43 miljard euro.

Anadarko Petroleum, inmiddels onderdeel van industriegenoot Occidental Petroleum, kreeg in 2014 een boete van 3,9 miljard euro opgelegd voor milieuvervuiling. Het bedrijf moest meer dan tweeduizend locaties verspreid over de Verenigde Staten schoonmaken.

Banken moeten de portemonnee trekken

Rond diezelfde periode kreeg een groot aantal Amerikaanse banken torenhoge boetes voor de handelwijze in de aanloop naar de wereldwijde kredietcrisis van 2008.

Goldman Sachs en Citigroup kwamen er met een boetes van respectievelijk 4,1 miljard en 5,3 miljard euro nog relatief goed van af. JPMorgan Chase trof een schikking van 9,8 miljard euro, terwijl Bank of America 12,4 miljard euro aan boetes moest betalen.

Ook BNP Paribas kreeg een miljardenboete, maar dan voor het schenden van de Amerikaanse handelssancties tegen Iran, Cuba en Soedan. Het kostte de Franse bank zo'n 6,5 miljard euro.

BP blijft lijstaanvoerder

Dat het nog bonter kan, bewijzen Volkswagen en olieconcern BP. Bij het Duitse autoconcern kwam in 2015 het dieselschandaal aan het licht. Door middel van sjoemelsoftware leken de auto's minder schadelijke stoffen uit te stoten dan ze daadwerkelijk deden. De boete bedroeg zo'n 11 miljard euro, maar de afwikkeling van het schandaal heeft de Volkswagen Group al ruim het dubbele gekost.

De recordhouder is olieconcern BP, dat moest boeten voor de olieramp in de Golf van Mexico. Daar vond in 2010 een explosie plaats op het boorplatform Deepwater Horizon. Bijna drie maanden lang stroomde olie de zee in. De boete was ongeveer 17 miljard euro. Maar de kosten die BP sindsdien heeft moeten maken, zijn ruim driemaal zo hoog.