Het profvoetbal draagt minimaal 2,03 miljard euro bij aan het bruto binnenlands product, 60 procent meer dan in het vorige onderzoek, uit 2015, naar voren kwam. Dat blijkt uit onderzoek van accountantsbureau PwC naar de maatschappelijke impact van het betaalde voetbal.

Nederland telt ruim acht miljoen voetballiefhebbers, die gemiddeld elf uur per week met voetbal bezig zijn. Vóór de uitbraak van de coronacrisis en de sluiting van de stadions zaten iedere week gemiddeld ruim 200.000 mensen op de tribunes. Volgens PwC kijken wekelijks gemiddeld twee miljoen mensen live naar de wedstrijden en vier miljoen mensen naar de samenvattingen.

De 34 profclubs en de overkoepelende organisaties zorgen voor minimaal 3.254 voltijdsbanen en daarnaast zijn er ruim 8.300 vrijwilligers actief. Met hun maatschappelijke projecten bereiken de clubs jaarlijks ruim 280.000 mensen, aldus de onderzoekers. "Voetbal verbindt miljoenen mensen, omdat het doorgaans het gesprek van de dag is", zei demissionair minister Tamara van Ark voor Sport in een reactie.

Uit het onderzoek blijkt verder dat twee derde van de profclubs geen concreet duurzaamheidsbeleid heeft. Daarnaast is slechts 5 procent van de bestuursleden vrouw, terwijl 30 procent het streven is. Van de 8,2 miljoen voetballiefhebbers, van wie een derde vrouw is, heeft de helft een hbo- of wo-opleiding gevolgd, meer dan gemiddeld in Nederland.

Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van voetbalbond KNVB en de twee bedrijven achter de twee hoogste voetbalcompetities van het land: respectievelijk de Eredivisie CV en de Coöperatie Eerste Divisie.

"Ik ben heel blij met deze harde cijfers", zei Eric Gudde, directeur betaald voetbal van de KNVB. "Ik hoop dat dit rapport in Den Haag op het goede bureau komt, wordt gelezen en geïmplementeerd." Hij is van mening dat politici sport van ondergeschikt belang vinden. "Ik hoop dat ze met dit rapport eindelijk eens gaan zien hoe belangrijk het is."