Het dagelijks leven is in de afgelopen maand bijna 2 procent duurder geworden ten opzichte van een jaar eerder. De inflatie kwam in maart uit op 1,9 procent, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag. Brandstof en kleding waren duurder, voeding juist goedkoper.

Vooral brandstof werd vorige maand flink duurder: 10,7 procent vergeleken met maart vorig jaar. "De consument betaalde in maart 2021 voor benzine 1,73 euro, voor diesel 1,39 en voor lpg 0,74 euro per liter", aldus het CBS. Die stijging komt vooral door de duurdere olie.

Een vat Noordzee-olie kwam vorige maand uit op 65,65 dollar, tegen 34,48 euro een jaar eerder. Ook de energieprijzen voor thuis zorgden er echter voor dat het leven duurder werd. Elektriciteit was nog wel goedkoper dan een jaar geleden, maar al wel een stuk duurder dan de maand ervoor.

"Gas was 1,1 procent duurder in maart, in februari was gas nog 0,8 procent goedkoper dan een jaar eerder." Ook voor kleding moest meer betaald worden.

Eten werd juist voordeliger en drukte daarmee de inflatie. Met name groenten, vlees, fruit en aardappelen daalden in prijs. "Voedingsmiddelen waren in maart gemiddeld 1,3 procent goedkoper."