Een suikertaks kan efficient zijn, maar dan moet die wel op de juiste manier worden vormgegeven en met andere gezondheidsmaatregelen gecombineerd worden. Dat zeggen het RIVM en gezondheidseconomen desgevraagd tegen NU.nl.

De deskundigen reageren daarmee op het woensdagochtend verschenen advies van de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) voor een gezondere inrichting van de Nederlandse samenleving. Een van de aanbevelingen is een heffing op gesuikerde producten, zoals snoep en frisdranken.

Zo'n suikertaks heeft in het buitenland zijn nut al bewezen, maar niet in elk land is de heffing even effectief. Het RIVM vergeleek vorig jaar de impact van een suikertaks op gesuikerde dranken in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Noorwegen.

Het Verenigd Koninkrijk werkt met verschillende treden: hoe meer suiker er in een product zit, hoe hoger de heffing is. Van de drie landen in de studie lijkt de taks in het VK het meeste effect te hebben. Er wordt nog evenveel frisdrank verkocht, maar sinds 2017 - net voor de invoering - hebben producenten het suikergehalte in hun belaste dranken drastisch verlaagd.

Het aandeel dranken met meer dan 8 gram suiker per 100 gram is tussen 2015 en 2018 afgenomen. Het aantal dranken met minder dan 5 gram suiker per 100 gram nam juist met 40 procent toe. In 2018 was die laatste categorie goed voor 67 procent van de Britse frisdrankmarkt, terwijl het aandeel in 2015 nog 48 procent was.

In Frankrijk is de verkoop van frisdrank licht gedaald. Dezelfde trend stelde het RIVM vast in Noorwegen.

'Het mag geen belastingmaatregel worden'

En dus moet Nederland lessen trekken uit het buitenland om zo'n maatregel te laten slagen, vindt het RIVM. "Door zulke trapsgewijze criteria in te voeren, hebben producenten een prikkel om hun suikergehaltes te verlagen en moet de consument zijn gedrag niet aanpassen. Maar daarnaast is het belangrijk dat er een gezond, goedkoper alternatief beschikbaar is, zoals water", aldus het instituut.

Economen benadrukken dat de suikertaks geen belastingmaatregel mag worden die enkel goed voor de staatskas is, maar niets doet voor de volksgezondheid. "Als het vooral belastinginkomsten oplevert, is het een heel slecht idee", vindt gezondheidseconoom Marc Pomp. "Want dan leg je vooral een extra belasting bij mensen met een laag inkomen, die procentueel gezien meer uitgeven aan boodschappen dan mensen met een hoger inkomen."

Pomp zegt dat het al dan niet slagen van de maatregel afhangt van hoe sterk de prijzen stijgen. "Als de prijs van een fles frisdrank of een zak snoep met 1 cent omhooggaat, zal de consument daar weinig van merken en dus zijn gedrag niet aanpassen. Als er 20 of 30 cent bij komt, is het al een heel ander verhaal."

Suikertaks kan aantal ziektedagen flink verlagen

Vorig jaar publiceerden economen, voornamelijk van het RIVM, een rapport waarin ze een aantal gezondheidsmaatregelen rangschikken op nut. De prijzen van gesuikerde producten met 10 procent verhogen scoorde erg hoog op die lijst. De maatregel zou het aantal ziektedagen met 202.809 verminderen, wat dus ook neerkomt op minder zorgkosten. Daarnaast zijn volgens het rapport een taks op vet eten en een verbod op reclame voor ongezonde producten ook zeer effectieve maatregelen.

Gezondheidsorganisatie WHO brak in 2017 al een lans voor een suikertaks. Ze verwijst naar studies waaruit blijkt dat een prijsverhoging van 20 procent ervoor zorgt dat de consumptie van gesuikerde dranken met 20 procent afneemt.

De WHO haalt Mexico als voorbeeld aan. Het land voerde in 2014 een suikertaks in, die de verkoop van gesuikerde dranken binnen een jaar met 7,6 procent verminderde. De gezinnen met de laagste inkomens kochten zelfs 11,7 procent minder frisdrank. De verkoop van water ging met 2,1 procent omhoog. In twee jaar tijd werd met de maatregel 2,6 miljard dollar (2,2 miljard euro) aan zorgkosten bespaard.