Autofabrikanten scharen zich achter een Europees plan om de CO2-normen die auto's moeten halen, aan te scherpen tegen 2030, op voorwaarde dat er genoeg laadpalen en waterstofstations in alle lidstaten komen. Dat werd besloten op een bijeenkomst georganiseerd door de sectorvereniging ACEA.

Europese regels schrijven voor dat de gemiddelde CO2-uitstoot van auto's per producent niet boven de 95 gram per kilometer mag uitkomen. Bedrijven die daar toch boven gaan, moeten gigantische boetes betalen.

Die boetes kunnen zo hoog zijn dat het soms voordeliger is voor autofabrikanten om tegen verlies elektrische auto's aan de man te brengen, waardoor hun gemiddelde uitstoot lager wordt. Dat zorgde ervoor dat de afgelopen twee jaar tientallen nieuwe elektrische modellen op de markt werden gebracht.

Brussel wil die CO2-normen tegen 2030 verlagen. De autosector is daar op zich niet tegen, maar wil dan wel bindende toezeggingen van de Europese lidstaten dat de laadcapaciteit voor elektrische auto's en de tankstations voor auto's op waterstof volgen.

Organisatie wil koppeling tussen scherpere norm en meer laadcapaciteit

"Onze investeringen in duurzame auto's beginnen hun vruchten af te werpen, want ondertussen is 10 procent van de opgeleverde auto's in de Europese Unie elektrisch of hybride", zegt ACEA-voorzitter en BMW-CEO Oliver Zipse. "Maar deze trend kan alleen zo blijven doorgaan als overheden ook investeren in laadinfrastructuur."

De organisatie wil dat er een directe link komt tussen de verscherping van de CO2-norm en de uitrol van laadstations. Daarnaast vraagt de ACEA een wettelijk instrument voor de versnelde bouw van laadstations bij huizen en bedrijven.

"De autosector blijft zich volop inzetten voor duurzame mobiliteit, maar het kan niet van één kant blijven komen. Daarom roepen we de EU op om snel werk te maken van deze koppeling", besluit Zipse.