De prijzen waarvoor de Nederlandse industrie zijn producten verkoopt, zijn vorige maand voor het eerst sinds de uitbraak van de coronapandemie gestegen. Oorzaak hiervan was de hogere olieprijs, meldt het CBS dinsdag. De prijzen in de industrie waren in februari gemiddeld 0,6 procent hoger dan in dezelfde maand van vorig jaar, de laatste pre-corona-maand.

Na de wereldwijde uitbraak van COVID-19 stortten de olieprijzen in, onder andere omdat er minder vraag was naar brandstoffen voor vliegreizen en omdat de industrie minder hard draaide. Zo stonden veel autofabrieken tijdelijk stil.

De prijs voor een vat Noordzee Brentolie kelderde kort na het uitbreken van de pandemie van bijna 70 dollar (ongeveer 59,50 euro) naar ongeveer 20 dollar. Sinds begin november is olie juist weer aan een opmars bezig.

Vorige maand stegen de prijzen in de chemische industrie met 2,2 procent op jaarbasis. De olie-industrie, die ruwe aardolie bijvoorbeeld verwerkt tot brandstof als benzine, had nog wel te kampen met lagere prijzen dan in februari vorig jaar. Maar die daling was al veel minder hevig dan in de eerste maand van dit jaar, toen er bijna een vijfde van de afzetprijzen van de olie-industrie afging.