Het beschikbaar inkomen van Nederlandse huishoudens was vorig jaar 2,4 procent hoger dan in 2019, blijkt vrijdag uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Door de coronapandemie konden ze dat geld echter minder makkelijk besteden, waardoor huishoudens bijna een kwart daarvan op een spaarrekening zetten. Een jaar eerder lag de zogeheten spaarquote nog op een krappe 17 procent.

Het beschikbaar inkomen steeg vooral door een stijging van de lonen. De cao-lonen stegen in 2020 met gemiddeld 3 procent, de grootste stijging in twaalf jaar. Een mogelijke oorzaak was de verkrapping op de arbeidsmarkt tot begin vorig jaar. De beloning van werknemers steeg in totaal met 15,4 miljard euro tot 393,4 miljard euro. Dat komt neer op een toename van 4,1 procent.

Door de coronapandemie ging de wereld grotendeels op slot, wat ook aan het uitgavenpatroon van Nederlanders te merken was. Huishoudens gaven vooral minder uit aan verre vakanties en restaurant- of theaterbezoek, schrijft het CBS. Wel werd meer besteed aan eten en genotmiddelen.

Vanwege de lagere uitgaven zijn veel Nederlandse huishoudens meer gaan sparen. In totaal werd er 77,1 miljard euro gespaard vorig jaar, 33,8 miljard euro meer dan eind 2019. De netto-inleg in de pensioenvoorzieningen nam met bijna 1,9 miljard euro af tot 25,3 miljard euro. Het totaalbedrag aan bespaard vermogen kwam daarmee uit op 102 miljard euro in 2020.