De gemiddelde verkoopprijs van een woning kwam in februari uit op bijna 370.000 euro. De prijs is daarmee ruim 10 procent hoger dan in dezelfde maand een jaar eerder, een welhaast ongekende stijging. Waar in andere crises de huizenprijzen juist daalden, gebeurt nu het tegengestelde. Hoofdeconoom Peter Hein van Mulligen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) spreekt maandag van een "klassiek inflatieverhaal".

"Het ziet ernaar uit dat de huizenprijzen een extra zetje krijgen doordat we door de coronacrisis tientallen miljarden euro's meer overhouden dan normaal", aldus Van Mulligen. Zo hielden huishoudens in de eerste negen maanden van 2020 bijna 25 miljard euro meer aan vrije besparingen over dan een jaar eerder.

Consumenten konden het inkomen niet uitgeven aan bijvoorbeeld etentjes of vakanties. "En je moet wat met dat geld." Ze kunnen dan bijvoorbeeld extra sparen of extra aflossen op de hypotheek. "Of je kunt het gebruiken voor de aankoop van een nieuw huis als je toch al van plan was dat te kopen", licht de hoofdeconoom van het CBS toe.

"Als maar genoeg mensen dat doen, drijft dat de prijzen op." Doordat er meer geld beschikbaar is voor dezelfde hoeveelheid huizen, heeft dat een prijsopdrijvend effect. "Het klassieke inflatieverhaal", aldus Van Mulligen. Waardoor nu sprake is van huizenprijsinflatie.

De lage rente speelt in mindere mate een rol bij de oplopende huizenprijzen. "Die was er al langer natuurlijk." Mogelijk haalt de coronacrisis wel wat druk van de prijzen in de Randstad af. "Doordat mensen nu meer thuiswerken, valt de noodzaak om dicht bij het werk te wonen weg. En dat is vaak in de Randstad."

De vrije besparingen, de inkomsten minus de uitgaven, bedroegen over de eerste negen maanden van vorig jaar 56,7 miljard euro, tegenover 32 miljard euro een jaar eerder. Hoeveel meer we in de laatste drie maanden van 2020 overhielden dan een jaar eerder, wordt vrijdag bekendgemaakt.