Om de opwarming van de aarde tot 1,5 graden te beperken, moet in de komende decennia 131 biljoen dollar (110 biljoen euro) of 4,4 biljoen dollar per jaar worden geïnvesteerd in schone energie. Dat stelt IRENA, een VN-organisatie die zich hardmaakt voor het gebruik van hernieuwbare energie. Onder meer de productie van waterstof moet volgens IRENA snel worden uitgebreid.

In het klimaatakkoord van Parijs is afgesproken om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5 graden. Volgens IRENA-directeur Francesco La Camera wordt het verschil tussen het bedrag dat erin wordt geïnvesteerd en wat er zou moeten worden geïnvesteerd echter alleen maar groter. "We hebben een drastische versnelling van de energietransitie nodig voor een omwenteling."

Zo moet in 2050 het gebruik van fossiele energie 75 procent lager zijn dan nu, waarbij vooral het gebruik van olie en kolen drastisch omlaag moet. Aardgas zou tegen die tijd de meest gebruikte fossiele brandstof moeten zijn. Al zou dat, na een piek in 2025, ook al in de afbouwfase moeten zitten.

Het gebruik van elektriciteit in onder meer het vervoer moet juist stijgen. Ook ziet de organisatie een belangrijke rol weggelegd voor biomassa, mits de biomassa op een duurzame manier tot stand komt.

De productiecapaciteit van hernieuwbare energie zou halverwege deze eeuw tienmaal zo groot moeten zijn als nu. Daarbij kijkt IRENA nadrukkelijk naar waterstof. De capaciteit daarvan moet worden opgeschroefd van 0,3 gigawatt naar 5.000 gigawatt. Tegen 2050 moet 30 procent van de elektriciteit worden gebruikt om schone (groene) waterstof te maken.

Het agentschap wijst erop dat de coronacrisis voor overheden een goede aanleiding is om de investeringen in duurzame energie op te voeren. De huidige maatregelen die regeringen wereldwijd hebben getroffen, komen namelijk vooral ten goede aan fossiele brandstoffen.