Het is nu vijftien jaar geleden dat we overstapten op een zorgstelsel waarin marktwerking een grote rol speelt. Ook bij deze Tweede Kamerverkiezingen is deze keuze weer een heet hangijzer. Op NUjij wordt dan ook gevraagd of marktwerking onze zorg duurder maakt. En wat is eigenlijk het alternatief?

Vrijwel iedere politieke partij wil de marktwerking in de zorg aanpassen of afschaffen. En hoewel sommige partijen het in hun verkiezingsprogramma's wel hebben over de kosten die marktwerking met zich meebrengt, zeggen ze niet dat marktwerking ook daadwerkelijk duurder is dan een door de overheid gereguleerde zorg.

Waarom denken sommigen dat de marktwerking de zorg duurder maakt?

Grofweg zijn er twee redenen om te denken dat marktwerking de zorg duurder maakt. Administratieve lasten vormen de eerste reden. "Meer marktwerking in de zorg gaat vaak samen met meer administratie", zegt gezondheidseconoom Xander Koolman. "Dat komt doordat er in een systeem met marktwerking veel inkopende en verkopende partijen zijn die afspraken met elkaar maken."

In een systeem zonder marktwerking is er alleen de overheid die afspraken maakt. Die afspraken staan de vrijheid van zorgverleners in de weg, maar leiden wel tot minder administratie.

De tweede reden: marktwerking kan aanzetten tot een hogere productie in de zorg. "In een systeem met marktwerking beloon je het uitvoeren van operaties, het geven van consulten bij de fysiotherapeut en bijvoorbeeld het uitvoeren van een MRI-scan", zegt Koolman. Doordat dat geld oplevert, gaan artsen volgens hem bij twijfel sneller over tot die acties, waardoor de zorg onnodig duur wordt.

Is onze zorg daadwerkelijk duurder geworden sinds de invoering van de marktwerking?

Volgens zorgeconoom Marcel Canoy is de zorg niet duurder geworden door de marktwerking. "Die stelling kun je niet hardmaken", zegt hij. "Als wetenschapper kun je proberen te onderzoeken of de zorg duurder is geworden door marktwerking door bijvoorbeeld te kijken hoe het in het verleden ging."

Voor de invoering van dit stelsel was de zorg inderdaad goedkoper, zegt Canoy, maar dat komt grotendeels door vooruitgang in de zorg. Met nieuwe technologie kunnen patiënten beter geholpen worden, maar wordt hun behandeling wel duurder. Daarnaast zorgt de vergrijzing ervoor dat de zorg duurder wordt. Mensen blijven langer leven, maar hebben dan ook meer zorg nodig. En tot slot zijn de inkomens in de zorg flink gestegen.

Zou een alternatief beter of goedkoper zijn?

Om dat te weten, moeten we ons huidige systeem vergelijken met de systemen van andere landen. Koolman noemt het stelsel van Denemarken als voorbeeld. Daar zijn regionale overheden verantwoordelijk voor het aanbod van zorg voor hun inwoners. Die overheden bepalen hoeveel geld er naar ziekenhuizen gaat, stellen een ziekenhuisdirecteur aan, die op zijn beurt medisch specialisten aanstelt. Daardoor heeft de overheid veel meer grip op de geleverde zorg.

Dat heeft voordelen en nadelen. Eén van de voordelen is dat de prikkel van onnodige productie weg is bij de medisch specialisten. Omdat ze in loondienst zijn, zijn ze voor hun inkomen niet afhankelijk van hun productie. "Maar een groot nadeel is dat de dynamiek in zo'n stelsel beperkt is", zegt Koolman. "Belangrijke keuzes worden op centraal niveau gemaakt, dus je bent afhankelijk van de kennis op dat niveau, terwijl in Nederland de keuzes op decentraal niveau worden gemaakt."

Canoy haalt het Britse zorgstelsel aan: "In het Verenigd Koninkrijk zijn zorginstellingen eigendom van de overheid en is alle zorg gratis. Maar de vergoedingen zijn daar veel beperkter dan in Nederland en er zijn veel langere wachtlijsten. In ons vorige stelsel waren de wachttijd ook lang, maar die zijn flink gedaald sinds we op dit stelsel zijn overgestapt."

Moeten we stoppen met marktwerking in de zorg?

"We moeten ons afvragen wat het alternatief is", zegt Canoy. "Zonder marktwerking heeft de overheid maar twee manieren om de kosten te drukken. De aanspraken worden versmald, waardoor mensen met meer geld voor particuliere zorg kiezen en er een tweedeling ontstaat of de wachtlijsten worden langer."

Volgens Koolman leidt de afschaffing van de marktwerking niet tot betere stelselprestaties. "Het Nederlandse stelsel kan een stuk beter dan het is", zegt hij. "Maar de Scandinavische stelsels presteren niet beter of slechter dan het Nederlandse stelsel. Wisselen van stelsel kost wel veel tijd, energie en geld. Als we het Deense stelsel al hadden, zou ik zeggen: lekker houden. Nu we dit stelsel hebben, denk ik dat we dit stelsel beter kunnen houden en verbeteren."