De regeringen van Polen en Hongarije hebben een zaak aangespannen bij het Europees Hof van Justitie over de nieuwe rechtsstaattoets, die sinds 1 januari geldt als een lidstaat een beroep doet op Europees geld. Dat bevestigt een woordvoerder van het hof. De twee landen hadden al aangekondigd de nieuwe toets, die nog niet is toegepast, te zullen aanvechten. Ze hebben nu dus de daad bij het woord gevoegd.

Volgens de Poolse regering heeft de rechtsstaattoets geen grondslag in het EU-verdrag en in het Europees recht, aldus een verklaring. De Hongaarse minister van Justitie Judit Varga stelt op Facebook dat de maatregel juridisch geen steek houdt.

Begin december kwamen de 27 EU-leiders nieuwe regels overeen waarmee de Europese Commissie lidstaten die de rechtsstaat schenden, financieel kan treffen. Landen kunnen op hun EU-subsidies worden gekort als de rechtsstaat er zo beroerd aan toe is dat het geld niet goed terechtkomt. Ook spraken de leiders af dat lidstaten het draaiboek dat de commissie daarvoor wil gebruiken, kunnen aanvechten bij de hoogste Europese rechter.

Polen en Hongarije kondigden dezelfde dag al aan dat te zullen doen. Tegen beide landen loopt momenteel een onderzoek wegens ondermijning van onafhankelijke rechtspraak en media. Ze vrezen tientallen miljoenen euro's mis te lopen in de komende jaren door de rechtsstaattoets.

Een woordvoerder van het hof zegt dat nu eerst wordt gekeken of de zaak versneld behandeld kan worden. Een normale procedure kan al gauw maanden duren, zodat nog lange tijd niet tegen 'foute' lidstaten kan worden opgetreden. Ook premier Mark Rutte zei in december graag een spoedbehandeling te zien. "Omdat je gewoon duidelijkheid wilt. Dat zou echt voordelen hebben."