Het Europees Medicijn Agentschap (EMA) heeft donderdag het vaccin van Johnson & Johnson als vierde vaccin goedgekeurd voor gebruik op de Europese markt. Vanaf april moet het vaccin in onze bovenarmen geprikt worden. Het vaccin, hier ook vaak het Janssen-vaccin genoemd, heeft ook een link naar Nederland. Naar Leiden, om precies te zijn.

Al vrij snel na het begin van de coronacrisis werd vorig jaar duidelijk dat een van de oplossingen misschien wel uit Leiden zou komen. Daar werd in een laboratorium gewerkt aan een vaccin, met als basis een technologie die al veel vaker succesvol is ingezet voor de bestrijding van andere ziektes.

En in januari werd duidelijk dat het coronavaccin van Janssen ook echt werkt. Uit hun eigen onderzoek blijkt dat het voor ongeveer 66 procent effectief is. Weliswaar iets minder dus dan de vaccins van Pfizer en Moderna, maar het vaccin van Janssen, dat onderdeel is van de Amerikaanse farmagigant Johnson & Johnson, kent twee belangrijke voordelen: er is maar één prik nodig, en het vaccin kan gewoon in de koelkast bewaard worden. Daarmee wordt de logistiek van het prikken een stuk simpeler.

Gegroeid door overnames

Maar hoe komt dit Nederlandse vaccin bij een Amerikaans bedrijf terecht? Dat zit zo: Johnson & Johnson is een groot bedrijf dat wereldwijd actief is in de farmaceutische industrie. Een deel van de reden dat het zo groot is, is doordat het veel andere bedrijven heeft overgenomen.

Zo ook het Leidse Crucell in 2010. Crucell was op dat moment eigenaar van een patent op een belangrijke technologie, waar vijftig jaar geleden aan de Universiteit Leiden al de basis voor gelegd werd door de inmiddels 87-jarige Lex van der Eb.

Onschuldig virus werd vaccin

Van der Eb werkte in Leiden aan het zogeheten adenovirus, een onschuldig verkoudheidsvirus dat gekweekte menselijke cellen kan veranderen in tumorcellen, die zich oneindig blijven delen. Hij ontdekte welk deel van het DNA van het virus daarvoor verantwoordelijk was, waardoor hij het DNA van het virus kon bewerken en zo een oneindige celdeling in gang kon zetten.

Een toepassing daarvoor vinden lukte hem lang niet, maar een promovendus, Dinko Valerio, had wel een idee. Hij konden de cellijn wel gebruiken om vaccins mee te maken, bedacht hij. Door onschadelijke delen van een virus in het adenovirus te bouwen, kan het adenovirus binnen het lichaam een immuunreactie opwekken.

Immunoloog: 'Janssen-vaccin werkt tegen alle bekende varianten'
140
Immunoloog: 'Janssen-vaccin werkt tegen alle bekende varianten'

De cellijn van Van der Eb en Valerio werd gepatenteerd en de universiteit verkocht dat patent aan het bedrijf van Valerio. Dat ging later op in Crucell, dat dus werd overgenomen door Johnson & Johnson. Het Amerikaanse bedrijf had er 1,75 miljard euro voor over.

Naam te danken aan Belgisch lab

Maar waar komt dan de naam Janssen vandaan, die ook zo vaak genoemd wordt als het over dit vaccin gaat? Die is te danken aan wéér een andere overname van Johnson & Johnson. In 1961 smolt het bedrijf samen met een Belgisch laboratorium van een dokter die Paul Janssen heet. Onder die tak van het bedrijf vallen nu de farmaceutische producten.

Toch wordt het vaccin gewoon op Nederlandse bodem geproduceerd. In het tweede kwartaal worden naar verwachting de eerste drie miljoen doses van het vaccin geleverd, waarvan één prik al voldoende beschermt tegen het coronavirus. En dan krijg jij misschien ook wel deze Nederlandse vondst van een Amerikaans bedrijf met een Belgische naam in je arm gespoten.