Het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) verwacht op basis van een woensdag verschenen analyse van de verschillende verkiezingsprogramma's dat er op jaarbasis weliswaar extra woningen bij zullen komen, maar dat de door de politieke partijen beloofde extra aantallen niet gehaald worden.

Het EIB stelt vast dat vrijwel alle politieke partijen in hun verkiezingsprogramma's inzetten op extra geld voor meer woningen. De partijen denken daarbij vooral aan de verlaging of afschaffing van de verhuurdersheffing voor woningcorporaties. Dit moet de corporaties meer financiële ruimte geven om extra te bouwen.

Dit zal naar verwachting resulteren in vierduizend tot zesduizend woningen extra op jaarbasis. Deze aantallen staan volgens het EIB echter niet in verhouding tot de aantallen die worden nagestreefd in de verkiezingsprogramma's.

Het instituut ziet daarnaast dat er weinig aandacht is voor ruimtelijk beleid en ruimtelijke ordening. Dit is volgens het EIB extra belangrijk, omdat er in de steden vaak nauwelijks ruimte voor nieuwbouw is. Het instituut wijst erop dat er echter ook in dichtbebouwde steden vaak nog voldoende locaties buiten de binnenstad te vinden zijn.

Over de steden zegt het EIB verder dat investeerders en beleggers ten onrechte in het verdomhoekje zitten. "De veronderstelling dat beleggers en investeerders kopers van de woningmarkt verdringen of straffeloos de prijzen opdrijven, is ook niet te onderbouwen." Zo worden stadswoningen die investeerders kopen volgens het EIB vaak gerenoveerd en opgesplitst, wat het aanbod ten goede komt.

Waar er veel aandacht voor de betaalbaarheid van woningen is, spitst deze zich in de partijprogramma's volgens het EIB vooral toe op de huursector en nog te weinig op de koopsector. Vooral het beter faciliteren van de doorstroming van huurders met middeninkomens naar een koopwoning zou de huursector kunnen ontlasten.