INretail, de brancheorganisatie van de winkelsector, gaat in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank in Den Haag dat niet-essentiële winkels hun deuren gesloten moeten houden. De brancheorganisatie spande een rechtszaak over de sluiting aan tegen de Staat.

Volgens de rechter heeft de overheid de belangen op een correcte manier afgewogen toen ze besloot de niet-essentiële winkels te sluiten.

Ook verwijst de rechtbank naar het advies van het Outbreak Management Team (OMT), dat zegt dat er geen ruimte is voor versoepeling. De Staat stond vanwege het grote verlangen van de maatschappij om perspectief toch enkele versoepelingen toe, en volgens de rechtbank was het een gerechtvaardigde keuze om het onderwijs en jongeren als eerste gebruik te laten maken van soepeler regels.

De branchevereniging is teleurgesteld over de uitspraak en maakt zich klaar om in hoger beroep te gaan. "We zien kansen en mogelijkheden en vinden dat een betere belangenafweging moet worden gemaakt, want winkels kunnen veilig open", zegt INretail vrijdag.

"Het kabinet volgt naadloos de adviezen op van het OMT, maar die zijn uitsluitend gebaseerd op medische afwegingen. De economische en maatschappelijke gevolgen hebben immense impact, maar die maakt de rechter door deze uitspraak van ondergeschikt belang en dat vindt INretail principieel onjuist. Daarom knokken we door."

"Met de geboden alternatieven zijn voor te veel ondernemers geen realistische omzetten te halen. Het zorgt voor verlies van 50.000 à 60.000 banen. Het is onvoorstelbaar dat het kabinet dit niet meeweegt in haar besluiten over coronamaatregelen", aldus de vereniging.